BOENDALE, Jan van
Brabants schrijver (1279-1350)
* Tervuren 1279 – † Antwerpen tussen 1347 en 1350
Hij was scepenclerc (stadssecretaris) van
Antwerpen, voorzag, zich als leek tot leken richtend, in de stijgende behoefte
aan ernstige, leerzame lectuur. Zijn eerste werk, de omvangrijke Brabantsche
yeesten (1839), is een geschiedenis in rijmvorm van de hertogen van Brabant, ter
verheerlijking van hun dynastie. Meer van persoonlijke mening getuigend is zijn
hoofdwerk, Der leken spieghel (1325–1328). De vier boeken van dit leerdicht
behelzen een wereld- en heilsgeschiedenis, benevens een plichtenleer voor de
christen en de burger. Het vijftiende kapittel van het
derde boek handelt o.a. over dichters en dichtkunst, en is een eerste proeve
van een poëtica in het Nederlands.
Onder: een bladzijde uit zijn handen:
Het meest zelfstandige geschrift van zijn hand is Jans teesteye (d.i. Jans overtuiging), waarin hij, in navolging van Van Maerlants Martijngedichten, zijn mening over de wereld ondubbelzinnig kenbaar maakt; onverholen keurt hij sociale misstanden af, maar verzuimt niet daartegenover het ideaal van de onderscheiden levensstaten aan te wijzen. In zijn laatste werk, het Boec vander wraken, apocalyptisch-eschatologisch, maant hij zijn lezers in het gezicht van het naderende wereldeinde terug te keren tot een waarlijk christelijke beoefening van deugden. Of het leerdicht Mellibeus eveneens door hem is geschreven, blijft een vraag; dat de prozabewerking van het boek van Sidrac (1329) van zijn hand is, is zeer aannemelijk.
Werken: berijmde geschiedenissen: De Brabantsche yeesten (5 boeken, waarvan de laatste twee zelfstandig werk zijn met een zekere historische waarde, 1325-28), Van den derden Edewaert (1328), een populaire encyclopedie, Der leken spieghel (1325-28) in vier boeken, het derde bevat onze eerste poëtica; een didactisch-satirisch gedichtfans Teestye (d.i. overtuiging; vóór 1333); het Boec van der Wraken (1351-56; een apocalyptische vermaning tot inkeer). Melibeus, vertaling van een Latijns troostboek, wordt hem ook toegeschreven.
Leken Spieghel, door M. de Vries
UITG: Brabantsche yeesten, d. J.F. Willems (1839); Edewaert door J.F. Willeffis (1839 en 1840), Der leken spieghel, d. M. de Vries (4 dln., 1844–1848); Jans teest-eye,en Melibeus d. F.A. Snellaert, (1869) in: Ned. gedichten uit de 14de eeuw (1869); Boec vander wraken, in: idem.
LITT.: J. van Mierio, Gesch. van de Oud- en Middelned. letterkunde (1928); J.J. Mak, Boendale-studies (Ts. voor Ned. Taal- en Lett., 1957).