BOECK, Felix de
Belgisch schilder en tekenaar (1898-1995)
* Drogenbos 12.1.1898 – † Sint-Agatha-Berchem 18.1.1995
Hij evolueerde van een lyrisch fauvisme via een dynamisch expressionisme naar een abstracte vormgeving, die later plaats maakte voor een vaag symbolisme. In zijn eerste abstracte werken worden lijnen en volumen geometrisch geschikt. Zijn latere werken worden gekenmerkt door diagonalen waarvan het snijpunt een lumineus punt vormt: het zijn reeksen chromatische structuren van landschappen, insecten, stadsgezichten. Stilaan verwijderd van de zuivere abstractie, worden de onderwerpen – dieren, zelfportretten, portretten, stadsbeelden – visionaire beelden, waarin de cirkel staat voor het kosmische, als het centrum, de spirituele kern van de mens. In de lichtvlekken vinden we zijn zoeken naar vergeestelijking terug. In zijn reeksen zelfportretten blijven de grafische motieven telkens onveranderd, maar wisselt de kleur. De Boeck was medewerker aan de tijdschriften 7 Arts en Het Overzicht
LITT.: J. Walravens, F. de Boeck (1965)
Onder: Barensnood (1934)