BOELGANIN, Nikolaj Alexandrovitsj
Sovjetrussisch politicus (1895-1975)
* Nizjni-Novgorod 11.6.1895 – † Moskou 24.2.1975
In 1934 werd lid van het centrale comité van de Communistische Partij, in 1948 lid van het politburo. Ofschoon geen militair, onderscheidde Boelganin zich gedurende de Tweede Wereldoorlog als politieke functionaris in het leger en in 1947 werd hij tot maarschalk benoemd. In de laatste jaren van Stalins bewind was hij vice-voorzitter van de ministerraad en van 1947 tot 1949 ook minister van Defensie.
In 1953 opnieuw tot minister van Defensie benoemd, werd hij na de val van Malenkov (febr. 1955) voorzitter van de ministerraad en naast Chroesjtsjov de machtigste man van de Sovjet-Unie. Samen met Chroesjtsjov ondernam Boelganin een reeks buitenlandse reizen, die hem vooral in het Westen veel prestige bezorgden. Aanvankelijk steunde hij Chroesjtsjov tegen diens tegenstanders aan de partijtop, doch op het kritieke moment in het voorjaar van 1957 sloot hij zich met Sjepilov en Vorosjilov bij de oppositie aan.
Enkele maanden na de dramatische overwinning van Chroesjtsjov in het centrale comité werd Boelganin afgezet. Hij werd gedegradeerd tot voorzitter van de staatsbank, bekleedde nadien nog een volkomen onbelangrijke functie te Stavropol, werd door het centrale comité openlijk als lid van de anti-partijgroep gebrandmerkt en ten slotte uit de partij gezet. Sinds 1960 leidde Boelganin te Moskou een volkomen teruggetrokken leven.