Personal tools
You are here: Home B BOD BODON, Alexander
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

BODON, Alexander

by admin last modified 2005-10-31 12:02 PM

Nederlands architect (1906-1993)

* 6.9.1906 Wenen – † 21.01.1993

Hij was de zoon van de Hongaarse binnenhuisarchitect K. Bodon.

Hij werkte bij de architecten Buys en Lürsen en op het bureau van Merkelbach en Karsten.

In 1932 volgde de eerste zelfstandige opdracht voor de boekhandel Schroder en Dupont aan de Keizersgracht te Amsterdam, een revolutionair ontwerp dat sterk de aandacht trok.

Bodon was lid van de architectengroep 'De 8' en later van CIAM. Van 1935-40 leidde Bodon de Nieuwe Kunstschool te Amsterdam, eerst als leraar, daarna als directeur. In 1945 vestigde Bodon zich definitief als zelfstandig architect. Sedert 1954 is hij lid van het ingenieurs- en architectenbureau J.P. van Bruggen, G. Drexhage, J.J. Sterkenburg en A. Bodon.

Werken: winkel Schroder en Dupont, Amsterdam (1932), Lumieretheater, Rotterdam (1955), winkelcentrum Confuciusplein, Amsterdam (1958), RAl-gebouw, Amsterdam (1961), Apollohotel, Amsterdam (1963), Congrescentrum RAl, Amsterdam (1960-64), Opleidingscentrum Hoogovens, IJmuiden (1963-66).

 

 

Bij zijn overlijden: Door TRACY METZ

"Een architect die bescheiden formuleert, maar met allure vorm geeft." Zo karakteriseerde directeur Wim Beeren het werk Alexander (Sandor) Bodon, de van oorsprong Hongaarse architect die het Stedelijk Museum in 1986 ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag met een tentoonstelling eerde.

Zaterdag is Bodon op 86-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amsterdam. Hij was een hartstochtelijke exponent van de Nieuwe Zakelijkheid uit de jaren twintig en dertig, maar tegelijkertijd beschikte hij over de gave om het functionele een persoonlijke lading te geven.


Veel van zijn belangrijke werken dateren van na de oorlog, zoals het gebouw bijgenaamd 'de doodskist' voor de Universiteit van Amsterdam (1971), het kantoor van het Nijmeegse staalbedrijf Estel (1976) en uitbreidingen van het Museum Boymans- van Beuningen in Rotterdam (1972) en het Apollohotel in Amsterdam (1962). Zijn magnum opus was de Rai in Amsterdam, waarvoor zijn eerste ontwerp uit 1951 dateert en laatste uit 1988. Het contact met de Rai ontstond overigens in de oorlog, toen hij om het hoofd boven water te houden in de standbouw ging. Daarnaast is hij actief geweest in commissies, bijvoorbeeld de Schoonheidscommissie die gunstig oordeelde over het nieuwe Stadhuis/Muziektheater in Amsterdam.


Boven: Apollohotel en Schröder & Dupont Keizersgracht.

Sandor Bodon was twaalf toen het Rode Kruis hem naar Nederland overbracht om van de Eerste Wereldoorlog bij te komen. Na anderhalf jaar riepen zijn ouders hem terug naar Boedepest, waar hij later tot binnenhuisarchitect werd opgeleid. Hij vergat Nederland niet "Ik droomde van rode, blauwe en gele vlakken", zei hij in een interview met deze krant, en kwam in 1926 terug om een half jaar stage te lopen bij Jan Wils. De ontwerpen in de trant van De Stijl die hij vervolgens op de academie in Boedapest inleverde, leidde er bijna toe dat hij van school werd gestuurd.

In 1929 vestigde Sandor (nu Alexander) Bodon zich definitief in Nederland. Overigens zou hij pas in 1939 tot Nederlander worden genationaliseerd, volgens hem omdat er eerst grote werkloosheid was maar later omdat hij niet politiek betrouwbaar werd geacht.

In 1932 vestigde hij zijn naam met de verbouwing van de boekhandel Schröder en Dupont aan de Keizersgracht (nu Galerie Collection d' Art}.

In het tijdschrift 'De 8 en Opbouw' schreef Jan Duiker: "Wanneer ge een winkel binnengaat, die U in alle opzichten als 'zakelijk' tegemoet blikt en ge hebt deze winkel tot het eind doorlopen en ge ontmoet daar den eigenaar in zijn kantoor, gezeten op een verchroomde stoel aan zijn stalen schrijfbureau, alles in het heldere 'zakelijke' daglicht, en deze eigenaar verklaart U, dat hij van plan is ook zijn woning 'zakelijk' te gaan inrichten, verwend als hij nu reeds is door de lichtovervloed, dan stemt dat tot nadenken en verheugenis." Deze loftuiting was aanleiding Bodon op te nemen in architectengroep De 8, en de principes van die groep is hij zijn leven lang trouw is gebleven.

De Nieuwe Zakelijkheid was voor hem een openbaring, noteert Maarten Kloos in zijn monografie over hem (1990): "Het was een heel levensbeginsel, een totaal andere wereld.

Gebouwen bestonden in die tijd uit muren waarin raampjes gesneden waren en toen kwam die nieuwe architectuur, die alles openbrak."

Architectuur beschouwde hij nadrukkelijk als een dienende ambacht. Hoewel hij zwoer bij de bekende adagia van het functionalisme -'minder is meer', 'vorm volgt functie' -bewaakte hij evenzeer de sfeer en het karakter van de daarmee geschapen ruimtes. Gevraagd naar zijn definitie van goede architectuur haalde hij voorbeelden aan als de Suleiman-moskee in Istanboel en het Weeshuis van Aldo van Eyck. "Het gaat om de echtheid," zei hij. "Het gaat erom of de bestemming van een gebouw en het uiterlijk ervan met elkaar overeenstemmen; of je aan een gebouw ziet waarvoor het bestemd is.

Het heeft ook te maken met het materiaalgebruik en de constructie. En het moet je iets doen."

Bodons carrière omspande meer dan zestig jaar en hij is tot op hoge leeftijd actief gebleven. In 1988 opende het restaurant dat hij voor chefkok John Halvemaan ontwierp in Buitenveldert. In 1990 was hij lid van de jury die de inzendingen voor het nieuwe Nederlandse Architectuurinstituut moest beoordelen, waarbij hij zich nadrukkelijk uitsprak voor het ontwerp van Rem Koolhaas en zijn medejuryleden als behoudend bekritiseerde. Eigenlijk is zijn loopbaan nog steeds niet ten einde: aan zijn nieuwste uitbreiding van de Rai wordt nog steeds gewerkt.

 


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004