BODEL, Jean
Belgisch Franstalig schrijver (1165-1210)
* Atrecht ca. 1165 – † Atrecht 1210
Ook was hij schepen van Atrecht en lid van een jongleurgenootschap.
Hij was een veelzijdig auteur, tevens een van de eerste toneelschrijvers die de Franse letterkunde kent. Door sommigen worden negen vrolijke en ook wel obscene fabliaux aan hem toegeschreven; zij getuigen van vertrouwdheid met het leven van landbouwers en kooplieden.
Les Saisnes (ca. 1200) heeft de kenmerken van heldendicht, ridderroman en burgerlijk realisme; in berijmde alexandrijnen wordt er de oorlog van Karel de Grote tegen de Saksen beschreven.

Het beurtelings stichtelijke, epische en realistische, soms boertige Miracle de saint Nicolas verbindt een kruistocht, een wonderdadige bekering en het leven van dieven en drinkebroers tot één geheel. Het schildert in 1540 verzen personen en toestanden met een verbazingwekkende trefzekerheid; het put uit dezelfde Latijnse bron (Ludus S. Nicolai, door een leerling van Abélard) als de Vie de saint Nicolas van Wace. Bodel dichtte ook enkele herdersliederen en schreef ten slotte een Congé (geschreven ca. 1205), waarin hij in 45 strofen van twaalf achtlettergrepige verzen in een krachtige, ongedwongen stijl, op ontroerende wijze als melaatse afscheid neemt van de wereld.
UITG: d. G. Raynaud, Les Congés de J. Bodel, in: Romania, IX (1880); d. E. Stengel, J. Bodels Saxenlied (2 dln., 1906–1909); d. F. J. Warne, Le jeu de saint Nicolas (1951; mod. Fr.); d. P. Nardin, Les fabliaux de J. Bodel (1959); d. A. Henry, Le jeu de saint Nicolas (1962); d. P. Ruelle, Les Congés d'Arras (1965); d. A. henry, Le Jeu de Saint Nicolas (31981, met moderne Fr. vert.).
Ook was hij schepen van Atrecht en lid van een jongleurgenootschap.
Hij was een veelzijdig auteur, tevens een van de eerste toneelschrijvers die de Franse letterkunde kent. Door sommigen worden negen vrolijke en ook wel obscene fabliaux aan hem toegeschreven; zij getuigen van vertrouwdheid met het leven van landbouwers en kooplieden.
Les Saisnes (ca. 1200) heeft de kenmerken van heldendicht, ridderroman en burgerlijk realisme; in berijmde alexandrijnen wordt er de oorlog van Karel de Grote tegen de Saksen beschreven.
Het beurtelings stichtelijke, epische en realistische, soms boertige Miracle de saint Nicolas verbindt een kruistocht, een wonderdadige bekering en het leven van dieven en drinkebroers tot één geheel. Het schildert in 1540 verzen personen en toestanden met een verbazingwekkende trefzekerheid; het put uit dezelfde Latijnse bron (Ludus S. Nicolai, door een leerling van Abélard) als de Vie de saint Nicolas van Wace. Bodel dichtte ook enkele herdersliederen en schreef ten slotte een Congé (geschreven ca. 1205), waarin hij in 45 strofen van twaalf achtlettergrepige verzen in een krachtige, ongedwongen stijl, op ontroerende wijze als melaatse afscheid neemt van de wereld.
UITG: d. G. Raynaud, Les Congés de J. Bodel, in: Romania, IX (1880); d. E. Stengel, J. Bodels Saxenlied (2 dln., 1906–1909); d. F. J. Warne, Le jeu de saint Nicolas (1951; mod. Fr.); d. P. Nardin, Les fabliaux de J. Bodel (1959); d. A. Henry, Le jeu de saint Nicolas (1962); d. P. Ruelle, Les Congés d'Arras (1965); d. A. henry, Le Jeu de Saint Nicolas (31981, met moderne Fr. vert.).