BOCCHERINI, Luigi
Italiaans componist en cellovirtuoos (1743-1805)
* 19.2.1743 Lucca - † 28.5.1805 Madrid.
Hij maakte al op jonge leeftijd concerttournees in de grote muziekcentra van West-Europa, en vestigde zich in 1769 in Madrid, waar hij hofcomponist en -virtuoos van de infante werd. Ook koning Frederik-Wilhem II van Pruisen verleende hem de titel van hofcomponist. Van zijn uitgebreide oeuvre, dat symfonieën, kwarttetten, kwintetten, concerten en sonates voor cello en een Stabat Mater omvat, werd lange tijd alleen het overbekende Menuet uit het strijkkwintet op. 13, 5 geregeld uitgevoerd; in de laatste tijd krijgen niet alleen zijn concerten voor cello maar ook de andere werken steeds meer de belangstelling die ze om hun galante zangerigheid verdienen.
Werken: 20 symfonieën; 4 celloconcerten; 2 octetten, 16 sextetten, 110 strijkkwintetten, 12 pianokwintetten, 18 kwintetten voor fluit of hobo, violen en cello, 91 strijkkwartetten, 48 trio's voor twee violen en cello, 21 sonates voor viool en piano; opera's, kerkmuziek, w.o. Stabat Mater met strijkorkestbegeleiding.
Kamermuziek
Boccherini Gitaarkwintetten
Martin Kaaij (gitaar) Utrecht String Quartet - Erasmus WVH 196 (66 min.) Cat.D
KLANK: mooie ruimte, uitstekende balans gitaar en strijkers
Boven: rechts: Philips 6833267 – Boccherini’s beroemde Fandango en twee van zijn gitaarkwintetten worden op deze opname briljant gespeeld.
Onder: Boccherini geportretteerd door Pompeo Batoni (± 1760)
Boccherini, gitaar, kamermuziek; niet echt een combinatie waarvoor veel muziekliefhebbers uit hun stoel springen. Onterecht, zo blijkt wanneer je deze cd in de speler schuift. Boccherini schreef verrassende muziek, de gitaar past wonderwel bij de combinatie van vier strijkinstrumenten en kamermuziek is de meest verfijnde vorm van samenspel. Op deze schijf wordt een vurig pleidooi gehouden voor Boccherini. Elegantie, drama, grote dynamische verschillen, kortom alles wat muziek tot goede muziek maakt is voorhanden in deze drie gitaarkwintetten. Dat Boccherini niet door conventies werd gehinderd blijkt uit het feit dat hij bijvoorbeeld in het laatste deel, Fandango, van zijn Vierde kwintet een castagnettenspeler laat opdraven. Gitarist Martin Kaaij blijkt in staat met zijn kwetsbare instrument tegenspel te bieden aan het Utrecht String Quartet. Zelfs in de forte gedeelten is zijn aandeel voelbaar. Overigens is dit zeker ook de verdienste van de opnameleider. Het Utrecht String Quartet toont ook nu weer dat ze een neus heeft voor minder bekend werk dat de moeite waard is. Alhoewel een loftrompet bij een etherisch ensemble als dit wel een zeer onbehouwen instrument is, meen ik toch dat hij hier gestoken moet worden. Bijzonder repertoire in een uitstekende uitvoering, mooi opgenomen en, zoals altijd bij opnamen van Erasmus, voor bijna geen geld verkrijgbaar. EvR