BOAS, Hanna Jetta (Henriëtte)
Nederlandse journaliste
Het Algemeen
dagblad, kreeg in februari 1999 een scherpe terechtwijzing. Deze krant had beweerd
dat er lang voor de Bijlmerramp van 1992 al eens een El Al-toestel was
gecrasht, in 1951 boven Bulgarije. Helemaal fout.
Het neerstorten was immers niet het gevolg van een technisch mankement, het vliegtuig was neergehaald door afweergeschut Met percentage ongelukken met EI Al-vliegtuigen is dus uitzonderlijk laag." Was getekend, dr. Henriëtte Boas, Badhoevedorp.
De kampioen boze brieven schrijven is ze wel genoemd. Geen week ging voorbij of in een van de dagbladen stond een brief van de oud-lerares klassieke talen. Het waren korte en krachtige epistels, waarin ze onjuiste feiten en verkeerde veronderstellingen rechtzette. Ze had een encyclopedische kennis van Israël en de cultuur en geschiedenis van de joden in Nederland.
Henriëtte Boas verstuurde haar artikelen vanuit een stoffige, met boeken en knipsels volgestapelde werkkamer. Terwijl heel Nederland was overgeschakeld op de computer, werkte zij nog met een typemachine.
Correcties bracht ze met de hand aan op de dik betikte vellen. Het kostte moeite haar kopij te ontwarren. Maar omdat ze met goede argumenten haar gelijk haalde, werden haar brieven bijna altijd geplaatst.
Zij stamde uit een liberaal joods milieu in Amsterdam. Het gezin ging zelden naar de synagoge, maar op tafel kwam wel kosjer eten. Haar zuster en jongste broer verhuisden in de jaren 30 naar Palestina.
Henriëtte werd in eigen land actief in de zionististische beweging. Haar zieke vader overleed in 1941, haar moeder en oudste broer overleefden de Tweede Wereldoorlog in het kamp Theresienstadt.
Begin 1940 ging Henriëtte in Parijs studeren. Bij de Duitse inval vluchtte ze naar Londen, waar ze werkte voor de Nederlandse afdeling van de BBC. In 1947 emigreerde ze naar Israël, maar na vier jaar keerde ze terug naar Nederland omdat ze het leven in de joodse te hard vond. Terug vond ze emplooi als lerares klassieke talen en correspondente voor Israëlische kranten.
Er was bijna geen kwestie in joods Nederland of mevrouw Boas bemoeide zich ermee: de 'misplaatste' herdenking van de Februaristaking, de exploitatie van Anne Frank, de opwinding rond de LiRo-archieven en het joodse slachtofferdenken.
Haar 'finest hour' beleef Henriëtte Boas met de Weinnreb affaire, die tussen 1965 en 1981 de gemoederen bezighield. De spraakmakende intellectueel Aad Nuis en Renate Rubinstein namen het op voor de joodse econoom Weinnreb, die in 1948 was veroordeeld wegens verraad en oplichting, hoewel hij honderden joden voor deporatie zou hebben behoed.
Boas toonde in heldere artikelen het bedrog van Weinnreb aan. Achteraf bleek dat dr. Boas en haar medestander, de schrijver W.F. Hermans, gelijk hadden.
Henriëtte Boas bleef ongetrouwd. "Eigenlijk", zei ze des gevraagd in 1985, "ben ik getrouwd met de joodse zaak."