BLOMMAERT, Philip Marie (jonkheer)
Belgisch, Nederlandstalig schrijver (1808-1871)
Hij promoveerde te Gent in de
rechten in 1829. Zijn brochure Aenmerkingen over de verwaerloozing der
Nederduitsche tael (1832) is het eerste Vlaamse manifest na 1830. Het
tijdschrift Nederduitsche Letteroefeningen, door hem met C.Ph. Serrure in 1834
gesticht, was een van de allereerste blijken van de Vlaamse herleving.
Blommaert maakte zich vooral als literatuurhistoricus verdienstelijk, o.a. met
de uitgave van Theophilus (1836), drie delen Oudvlaemsche gedichten (1838–1851),
de gedichten van Jacob van Zevecote (1840) en verscheidene werken over de
literaire geschiedenis van Gent. Zijn hoofdwerk, De Nederduitsche schrijvers
van Gent (1861), wordt nog steeds geraadpleegd. In 1853 bundelde hij zijn
afzonderlijk gepubliceerde dichtstukken onder de titel Gedichten, hoofdzakelijk
historische romantiek. Hij behoorde tot de oprichters van de Maatschappij der
Vlaamsche Bibliophilen. Hij nam mede het initiatief tot het Vlaams
petitionnement (1840, zie Vlaamse Beweging).
WERK: Beknopte geschiedenis der kamers van Rhetorica te Gent (1838); Geschiedenis der rederijkerkamer De Fonteine (1847); Aloude geschiedenis der Belgen of Nederduitschers (1849); Chronologische handleiding van de geschiedenis der Nedersaksische letterkunde (1855); Nederlandsche begravingswijze en grafsteden (1857).