BLOEM, Marion
Nederlands schrijfster (1952- )
* 24.8.1952 Arnhem.
Kind van Indische ouders die in december 1950 naar Nederland zijn gekomen. Lagere school te Soesterberg. Opleiding: HBS-A te Amersfoort. Afgestudeerd als klinisch psychologe in 1978 te Utrecht.
Woont samen met arts/schrijver Ivan Wolffers sinds 14 juni 1971. Geboorte van zoon Kaja op 11 februari 1973. Ze schreef haar eerste verhaal op haar zesde. Publiceerde haar eerste korte verhaal op haar zestiende. (Zie de verhalenbundel Vliegers onder het matras.) Reisde de hele wereld rond (zie Muggen mensen olifanten).
Haar eerste jeugdboekjes (Spotjes)verschenen in 1975. Ze publiceerde haar eerste boek (Overgang) voor volwassenen in 1978. Haar eerste jeugdroman (Waar schuil je als het regent) verscheen in 1978.
Zie haar website:www.marionbloem.com
In 1983 werd haar romandebuut Geen gewoon Indisch meisje een bestseller, en in 1983 verscheen ook haar documentaire Het land van mijn ouders waarmee ze wekenlang uitverkochte zalen haalde in Nederlandse filmhuizen, en die door de IKON werd uitgezonden. De film bleef niet onopgemerkt in het buitenland (mention). Naast een groot aantal romans, verhalen-, en dichtbundels, jeugdromans en kinderboekjes, maakte zij een aantal opvallende film en tv-, produkties.
Ze ziet literatuur als haar echtgenoot, film als haar beste vriend, en de beeldende kunst als haar minnaar.
Ik ben bang om herinneringen te verliezen. Als ik langs een huis van vroeger kom, kijk ik het liefst de andere kant op. Ik geef de voorkeur aan de herinnering, aan mijn fantasie. Liever dan de werkelijkheid. "Bovendien heb ik geen echt geboortehuis. Ik ben geboren in een kraamkliniek, in Arnhem.
Mijn ouders woonden in Velp, daar hadden ze één kamer. Voor hen was het 't zoveelste pension, sinds ze in 1950, met de onafhankelijkheid van Indonesië, naar Nederland waren gekomen.
Na mijn geboorte volgden er nog meer pensions: één kamer werd twee kamers, twee kamers werden een flatje en uiteindelijk werd ons een echt huis beloofd. Een eengezinswoning in een rijtje. Ik herinner me nog hoe we met de
familie foto's gingen maken van de plek waar het zou komen, dat was op dat moment nog een braakliggend terrein.
De enige constante in mijn jeugd is het huis van mijn oma, aan de Schaapherderstraat in Amsterdam. Daar kwamen we heel veel en eigenlijk beschouw ik dat als mijn geboortehuis. Wat ook wel eens lastig is. Altijd als ik over vroeger droom, speelt het zich af in dat decor, in dat interieur. Ik kan het nog zo uittekenen: het staat me haarscherp voor ogen. We logeerden ook in Amsterdam toen de verhuizing plaatsvond. En toen we mochten kijken in de nieuwe woning, stonden daar al die vertrouwde spullen, maar nu een heel eind van elkaar af. Dat was een rare gewaarwording. Die leegte en dat licht, dat zal ik nooit vergeten. Je voelde als kind dat er een nieuw leven begonnen was.
Zeker tot ik naar de kleuterschool ging, leefde ik in een heel geïsoleerde wereld. Voor mijn gevoel zaten we altijd binnen. Bij ons thuis, in het huis van mijn oma of op bezoek bij andere Indische mensen.
Dan was er weer een kennis of een ver familielid ontdekt, bijvoorbeeld in Eindhoven, en dan gingen we daarnaar toe, met twaalfman in een auto gepropt, zodat je niet eens uit het raampje kon kijken. En vervolgens zat je daar wéér binnen, precies in zo'n zelfde interieur. Indonesië was voor mij niet meer dan een klank. Een verzameling zwart-wit foto's. Een heel andere wereld, waar je niet te veel over wilde weten.
Je uiterlijk was al zo anders dan dat van andere kinderen.
Ik wilde me dolgraag aanpassen, niets liever dan dat. Niet opvallen. Maar ik liep steeds tegen hetzelfde probleem op.
'Waar ben je geboren?' vroegen ze. 'Arnhem,' zei ik dan. Maar omdat niemand dat geloofde, was ik uiteindelijk geneigd om maar Batavia te zeggen, waar mijn ouders vandaan kwamen. Dan was ik ervan af. "