BLIXEN-FINECKE, Karen (geb.: Dinesen),
Deens schrijfster (1885-1962)
Baronesse * Karen Christence
pseudoniemen: Isak Dinesen, Tania Blixen, Pierre Andrézel, Osceola
* Rungsted 17.4.1885 – † Rungsted 7.9.1962
Zij schreef zowel in het Deens als in het Engels. Zij stamde uit een literair begaafd adellijk geslacht. Zowel haar vader (pseudoniem Bogani) als haar broer Thomas Dinesen publiceerde goed literair proza. Zij bezocht de kunstacademie te Kopenhagen, Parijs en Rome, reisde veel en huwde in 1914 met haar neef baron Blixen-Finecke, met wie zij naar Kenia vertrok. Na haar scheiding beheerde zij van 1922 tot 1931 hun koffieplantage alleen, waarna zij terugkeerde naar Europa. Afgezien van enkele jeugdwerkjes onder het pseudoniem Osceola vormt Seven gothic tales (1934), de eerste van een reeks novellebundels, haar eigenlijke debuut. Zij herschreef deze novellen een jaar later in het Deens.
In de Deense letterkunde doorbrak zij het sociale naturalisme [kunsten], dat in de jaren dertig het proza beheerste. Haar meestal in historisch milieu spelende verhalen met hun bizarre, romantische en vaak morbide fantasie, zijn de vrucht van een zeer verfijnde aristocratische en hypergecultiveerde, esthetisch-heroïsche levensinstelling. Zij verraden een enorme belezenheid en eruditie. Los van haar novellistiek staat haar boek Out of Africa (in 1985 verfilmd), een zeer persoonlijk relaas van haar leven in Kenia, dat met zijn epische, autobiografische, levensfilosofische en natuurbeschrijvende elementen een hoogtepunt in de hedendaagse Scandinavische letterkunde vormt. Tot haar oeuvre behoort eveneens een reeks zeer persoonlijke essays.
Haar geboortehuis Rungstedlund, aan de Sont, werd door haar in 1958 onder beheer gesteld van een stichting, die het een culturele bestemming moest geven; in het park (beschermd vogelgebied) ligt zij begraven.
WERK: Seven gothic tales, Syv. fantastieke fortaellinger (1934, 1935; Ned. vert.: Zeven grillige verhalen, 1965); Out of Africa, Den Afrikanske farm (1937; Ned. vert.: Op een farm in Afrika, 1938, Een lied van Afrika, 1962); Vinter-Eventyr, Winters’ tales (1942; Ned. vert.: Wintervertellingen, 1961); Gengaeldelsens Veje (1944); Sidste fortaellinger, Last tales (1957; Ned. vert.: Laatste vertellingen, 1965, Nachtelijk gesprek in Kopenhagen, 1986); Skaebne-anekdoter, Anecdotes of destiny (1958; Ned. vert.: Anecdoten van het lot, 1963).
UITG: Osceola (1962; nov.); Ehrengard (1962; Ned. vert. 1966, Het geheim van Rosenbad, 1986); Efterladte fortaellinger (1975); Carnival. Entertainments and posthumous tales (1978); Mit livs mottoer og andre essays (1978); Breve fra Afrika (2 dln., 1978, Eng. uitg. 1981); Samlede essays (1986).