BLANKERS, Annewil,
Nederlands toneelspeelster
* 21.10.1940 Rotterdam.
Sedert 1963 is zij werkzaam bij de Haagse Comedie. Zij is een van de gevoeligste en veelzijdigste actrices van het huidige Ned. toneel.
Rollen: Desdemona (Sha- kespeare, Othello ), Agnes (Moliêre, School voor vrouwen), Catherine (Mil- Ier, Van de brug af gezien), Nina (Tsje- chov, De meeuw), Marianne (Heijer- mans, Schakels), en de actrice in Schnitzlers Rondedans.
Anne-Wil Blankers, Anne Wil staat, zoals afgesproken, voor het station van Heerenveen. Ze ziet er goed uit. De vervelende aderontsteking, waardoor ze anderhalf jaar gedwongen rust heeft moeten nemen, is overwonnen. De bijwerkingen van het geneesmiddel Prednison, hartkloppingen en een opgeblazen gezicht, behoren gelukkig ook tot het verleden. Haar gezicht is licht gebronsd. Het resultaat van een reisje naar Kreta, waar Anne-Wil opnamen heeft gemaakt voor de tv-film Shirley Valentijn, waarin ze de hoofdrol speelt. De film wordt 18 november door de NCRV op televisie uitgezonden.
In de auto, op weg naar haar tweede huis in een rustig Fries dorpje, vertelt Anne-Wil dat ze een beetje tegen het interview opziet:
"Het wordt zo snel melodramatisch als het over rouw gaat. En ik wil niet dat mensen denken: wat zielig. Goed, ik heb verdrietige dingen meegemaakt, maar rouw is een onderdeel van het leven. Iedereen komt er een keervoor te staan."
Een half uurtje later zit ze in haar tuin aan het water. Een kopje koffie binnen handbereik. Ze vertelt enthousiast over haar reis naar Griekenland: "De opnamen zijn goed gelukt, de crew was heel toegewijd en ik heb genoten van de prachtige omgeving." En dan peinzend: "Nog geen jaar geleden zou ik bij thuiskomst meteen Tiny en mijn moeder hebben gebeld. Maar vorig jaar augustus overleed Tiny en amper zes maanden daarna stierf mijn moeder.
Toen ik in het vliegtuig op weg naar huis zat, dacht ik opeens: nu kan ik ze niet meer vertellen hoe leuk het was. En dat deed pijn. Op zulke momenten mis ik ze heel erg. Mijn moeder en Tiny leefden altijd zo met me mee. Natuurlijk is Ger, mijn man, ook geïnteresseerd, maar met vrouwen kun je zo fijn praten over de details. Tiny vroeg altijd honderduit. Ik kon alles met haar delen."
Hoe ben Je met Tiny bevriend geraakt?
"In 1976 zijn we naar Montfoort verhuisd en niet lang daarna ging ik met mijn dochter Marjolijn een maillot kopen. Toevallig kwamen we in de modezaak van Tiny en haar echtgenoot terecht. Terwijl we rustig rondkeken, rende Marjolijn opeens naar een trap, die achter in de winkel stond. En daar zat Monique, de dochter van Tiny. Monique is, net als Marjolijn, een mongooltje.
En voor we het wisten zaten die twee kleine meisjes met hun armen om elkaars schouder te lachen en te kletsen. Hartverwarmend was het. Marjolijn was toen pas zeven en Monique een paar jaar ouder.
Op dat moment is mijn vriendschap met Tiny ontstaan en die is met de jaren steeds hechter geworden."
Wat betekend Tlny voor je?
"Ze was mijn veilige haven. Er zijn in het leven maar weinig mensen bij wie je volkomen jezelf kunt zijn. En Tiny was er daar een van. Wanneer ik nieuwe mensen ontmoet, kijk ik altijd een beetje de kat uit de boom. Zijn ze geïnteresseerd in mij of in Anne-Wil de actrice? Bij Tiny speelde dat totaal niet. Zij was helemaal niet onder de indruk van mijn achtergrond. Heel prettig vond ik dat. Ze was wel geïnteresseerd hoor. Ze kwam vaak met haar man naar mijn voorstellingen kijken. En ze overhoorde me ook wanneer ik mijn teksten moest leren.
En als ik riep dat iets niet ging lukken, dan lachte ze me uit: 'Ja, dat zegje nu wel, maar het komt altijd in orde. Dus laten we het eerst maar eens afwachten.'
Tiny was maar een paar jaar ouder dan ik, maar ik voelde me heel geborgen bij haar. Ze was een moederlijke vrouw. Ik zei altijd tegen haar: 'Als ik mijn moeder ooit verlies, heb ik jou gelukkig nog.' Ik had nooit verwacht dat zij eerder dan mijn moeder zou sterven."
Waaraan is Tlny overleden?
"Ze had kanker. Toen ze dat te horen kreeg, heeft ze het heel moeilijk gehad. Maar toen duidelijk werd dat er geen weg terug meer was, heeft ze het geaccepteerd. Ze wilde haar leven in liefde en harmonie afronden en genieten van de tijd die haar nog restte. Ze heeft toen nog een jaar geleefd. En tot het laatste moment was ze heel sterk, heel reëel. Er hoefde niets doodgezwegen te worden. Daardoor was het altijd fijn om bij haar te zijn. Ze had zo'n kracht dat ik altijd gesterkt weer naar huis ging."
Ben je dat laatste jaar veel bij haar geweest?
"Zo veel mogelijk. Ze heeft een tijdje in het ziekenhuis gelegen en daar zocht ik haar regelmatig op. We hebben veel gepraat, maar ook veel plezier met elkaar gehad. We waren alle twee dol op Rummikub; dat is altijd ons favoriete spelletje geweest. En een paar maanden voor ze stierf heb ik een beker besteld, waar ik 'Kampioen Rummikub 1996' in liet graveren. Ik zat bij haar bed en zei: 'Nou, komt er nog wat van. Gaan we nog Rummikubben?' 'Natuurlijk,' zei Tiny. Ze won en ik overhandigde haar de beker. We wisten allebei dat dit haar laatste jaar zou zijn."
Hoe herinner jij je de laatste momenten met Tiny?
"De laatste week van haar leven hebben we in Friesland doorgebracht. Onze vakantiehuizen liggen aan hetzelfde laantje, op een steenworp afstand van elkaar. Onze gezinnen aten regelmatig samen, en ik heb nog een keer pannenkoeken voor haar gebakken. 'Oh, Anne-Wil,' zei ze, 'wat ruikt dat toch heerlijk.'
Tiny heeft nog een lang gesprek met Monique en Marjolijn gehad. Ze vertelde ze precies wat er te gebeuren stond. Ze praatte over de crematie en de muziek die ze daarvoor uitgekozen had. En ze noemde alles bij naam, want ze wilde de meisjes erbij betrekken. Ze voorbereiden. Dat vond ik heel bijzonder.
De laatste dag hebben we de dertigste verjaardag van Monique gevierd. Die avond is Tiny heel rustig gestorven. Het leek wel alsof ze gewacht had om Monique's verjaardag nog mee te kunnen maken."
Hoe is het voor jou dat Tiny er niet meer is?
"Vreselijk. Echt afschuwelijk. Het begint nu een beetje te wennen. Maar de eerste keren dat ik naar Friesland ging en langs haar lege huis kwam, kreeg ik het echt even te kwaad. Er is zelfs een periode geweest dat ik niet meer naar Friesland wilde. Het voelde zo kaal.
Zonder haar was Friesland voor mij niet meer hetzelfde; haar aanwezigheid betekende zoveel voor me. Onze mannen konden het ook goed met elkaar vinden.
Ze waren vaak samen aan het klussen en dan zaten Tiny en ik lekker op het terras. Of we gingen leuke winkeltjes kijken in Heerenveen. Gewoon van die vrouwendingen. We hadden zoveel plannen voor de toekomst. Ger en ik hadden ons er zo op verheugd om met z'n vieren van onze oude dag te genieten. We wilden bijvoorbeeld een half jaartje met onze boot door Friesland en Duitsland varen. En het leek ons leuk een paar korte reisjes te maken, naar Frankrijk bijvoorbeeld. Ach, de toekomst ziet er opeens heel anders uit. En dat is niet makkelijk."
Anne-Wil gaat naar binnen en komt terug met een fotoalbum en een ingelijste foto van Tiny. Een sympathieke vrouw met een fris kort kapsel. In het album zitten de kiekjes van haar moeder. "Soms, als ik ze heel erg mis, kijk ik hiernaar. Dan zijn ze weer even dicht bij me."
Je moeder is kort na Tiny overleden?
"Ja. Ongeveer zes maanden erna. Ze is voor mijn ogen van de trap gevallen. We waren bij vrienden op bezoek en mijn moeder ging altijd achterstevoren de treden van de trap af, zodat ze zich goed aan de leuning kon vasthouden. Iemand zei nog: 'Doe je voorzichtig?' 'Ja hoor,' antwoordde mijn moeder. 'Kijk maar, ik doe het altijd zo.' En ze kijkt nog even naar boven, waardoor ze niet zag dat de leuning ophield. Toen greep ze in het luchtledige en viel achterover. Helemaal naar beneden. Ze heeft nog een week in het ziekenhuis gelegen en is toen kort na een hoofdoperatie gestorven."
Dat moet een vreselijke schok zijn geweest.
"Ja, mijn moeder is zo plotseling gestorven, dat ik de schrik nog niet helemaal te boven ben. Als iemand eerst een tijd ziek is, begint het rouwproces al eerder. Je kunt langzaam aan het idee wennen. Ik durf best te bekennen dat ik soms opstandige gevoelens heb over haar dood. Dit had niet zo hoeven gaan, denk ik dan. Aan de andere kant: stel dat mijn moeder was blijven leven, dan had ze waarschijnlijk in een rolstoel gezeten.
Sommige mensen zouden daar vrede mee hebben, maar zij zou het daar heel moeilijk mee hebben gehad."
Had je een goede band met je moeder?.
"Ja, heel goed. Vooral nadat mijn vader was overleden. Toen stond ze er opeens alleen voor en had ik het gevoel dat ik een beetje voor haar moest zorgen. Alsof de rollen zich omdraaiden. Ik was haar kind, maar ze werd ook een beetje mijn kind. Bijna iedere dag wipte ik even aan om een kopje koffie te drinken. Of wat administratieve klusjes te doen. Op weg naar Den Haag, naar mijn werk, reed ik altijd langs haar flatje. Dan zat ze voor het raam te zwaaien."
Hoe oud is je moeder geworden?
"Ze was vijfentachtig toen ze van de trap viel, maar haar gezondheid was voor haar leeftijd nog heel goed. Twee jaar voor haar dood is ze nog ernstig ziek geweest. Zo ernstig dat niemand dacht dat ze het zou halen: ze had longontsteking en suikerziekte. En dat laatste wisten de dokters nog niet. Pas toen dat ontdekt werd en ze insuline kreeg, knapte ze weer helemaal op.
Omdat ze heel slank was geworden, kocht ze een nieuwe garderobe. En ze schafte nieuwe overgordijnen én een wasmachine aan. Ze kreeg als het ware een tweede start. En de hele familie dacht dat ze nog wel een paar fijne jaren voor de boeg had. Ze had het absoluut gehaald, ik weet het zeker. Ze zorgde heel goed voor zichzelf.
De laatste twee jaar hebben we het zo fijn gehad met z'n tweeën. Het was een glorieuze tijd. Ik nam haar altijd mee naar premières. En iedere zaterdag kapte ik haar haar. Mijn moeder was vroeger kapster en ik heb mijn 'haarvingers' van haar geërfd. Iedere week, vaste prik, zette ik haar schitterende spierwitte haar op rollers, en als ze onder de droogkap vandaan kwam, zag ze er zo verzorgd uit. Zo elegant. 'De barones' noemde ik haar vaak.
Ze had ook een prachtig doorleefd gezicht. 'Bah, al die rimpels,' zei ze dan. Waarop ik terugkaatste: 'Als je er maar leuk bij kijkt, mam.' Dan hadden we zo'n plezier samen."
Stond je op de planken in de tijd van je moeders ongeval?
"Ik was net bezig met de repetities voor Titus Andronicus, een stuk van Shakespeare. Maar toen mijn moeder in het ziekenhuis lag, heb ik vrij genomen. Een week na de crematie ben ik weer begonnen. Dus in totaal ben ik er twee weken tussenuit geweest. Het akelige was dat uitgerekend in dat toneelstuk een scène zat waarin ik een steile trap zonder leuning af moest. Met hoge hakken en in een nauwsluitende rok. Hoe krijg je het voor elkaar, hè? Telkens als ik die trap af moest, brak het zweet me uit. Dan kwam de herinnering aan mijn moeders val weer boven. De regisseur was fantastisch,
hij heeft me enorm gesteund. 'Stel het maar een paar weken uit,' zei hij. Maar als we pauze hadden, en iedereen ging lunchen, ging ik die trap op en af. Om mijn angst te bezweren."
Waaruit put jij troost?
"Uit de momenten dat ik mijn moeder heel dicht bij me voel. Zo was ik op haar verjaardag, 29 maart, een weekend in Friesland. Het was stralend weer. Ken je dat? Die vroege zonnetjes? Daar was mijn moeder zo gek op. Mijn vader zei altijd over haar: 'Ze is zo'n zonnekind.' En net als mijn moeder zat ik met mijn jas aan in de allereerste zonnestraaltjes van het jaar. Ik moet ook altijd aan haar denken als ik sta te strijken. Dat deed ze vaak voor me, ze vond het een fijn klusje. Mijn strijkplank staat in de bijkeuken, waar ook de wasmachine en de droger staan. Ik vind het echt een gezellig hoekje. Er staat een foto van mijn moeder, en als ik sta te strijken, voel ik me heel erg met haar verbonden. Soms druk ik een kus op haar foto. Mijn zoon zag me dat laatst doen. Hij sloeg een beetje schutterig zijn arm om me heen. Heel lief."
Heb je veel steun gehad van je familie?
"Ja, mijn man heeft me enorm geholpen met het regelen van de crematie. Er komt dan zoveel op je af. Op zulke momenten is hij een rots in de branding. En gelukkig heb ik nog een broer en twee zusjes. Wat dat betreft zit ik in een comfortabele positie. Ik ben niet in mijn eentje overgebleven.
Laatst ging mijn jongste zusje op vakantie. Ze belde me op en zei: "Nu mam er niet meer is, meld ik maar even bij jou dat ik op reis ga." Dat vond ik zo'n lieve geste. Vanaf dat moment doen we dat bij elkaar. En we houden de trouwdag van mijn ouders in ere. Op die dag komt de hele familie bij elkaar."
Ben je door al deze gebeurtenissen anders tegen je carrière aan gaan kijken? Is die minder belangrijk!
"Zeker niet. Gewoon naar je werk gaan, en je daardoor in beslag laten nemen, is eigenlijk heel prettig. Het is goed weer aandacht aan normale dingen schenken. Dat helpt bij het verwerkingsproces. En bovendien is mijn werk belangrijk voor me. Als ik op het toneel sta, wil ik optimaal functioneren. Dat ben ik verplicht aan het publiek en mezelf."
De tv-film 'Shirley Valendjn' speelt zich voor een deel af in Rotterdam, de stad waar jij bent opgegroeid. Is dat toeval?
"Nee, regisseuse Shireen Stroker en ik hebben zelf het script bewerkt en het verhaal verplaatst naar Rotterdam. Dat was zo leuk om te doen. De tv-film gaat over een huisvrouw die met een vriendin naar Griekenland gaat. Alle Rotterdamse uitdrukkingen die ik me nog kon herinneren, hebben we gebruikt. Als ik vroeger uitging met een vriendje en opgedirkt de trap af kwam, zei mijn moeder altijd: 'Zo, aangekleed gaat uit.' Die zin zit ook in de film. Het script heb ik opgedragen aan mijn moeder."
Sta je anders in het leven door alles wat er is gebeurd?
"Je bedoelt of ik bitter ben geworden? Nee, absoluut niet. Vrienden zeggen wel eens tegen me: 'God kind, houd het dan nooit eens op. Eerst overlijdt je vader, toen werd je ziek en nu zijn Tiny en je moeder er niet meer.' Ja, het is inderdaad nogal een rijtje.
Maar wie moet ik daar de schuld van geven? Daar schiet je toch helemaal niets mee op. Ik zal het rustig moeten verwerken, ik zal alles een plaats in mijn leven moeten geven. En daar zal ik nog wel even zoet mee zijn."
Vond je het moeilijk om over het afgelopen jaar te praten?
"Nee, het is me meegevallen. Ik besef eens temeer hoeveel fijne herinneringen er aan Tiny”en mijn moeder overblijven. En dan heb ik het niet over de spectaculaire gebeurtenissen. Nee, het waren vooral de dingen van alledag die we samen deelden. En die zijn in mijn ogen nu juist zo waardevol."