AISCINES
by
admin
—
last modified
2007-03-15 10:47 PM
Attisch redenaar (390-314 v Chr.)
|
  Hij
was van eenvoudige afkomst en oefende verschillende beroepen uit alvorens
secretaris te worden van de boete. Hij verdedigde Olynthos tegen
Filippos van Macedonië (348) en doorkruiste de Peloponnesos om propaganda te
maken voor de idee van een panhelleens congres over het Macedonische gevaar. De
mislukking van deze opzet wijzigde Aiscines' standpunt in dezen: hij werd de
voorvechter van de vrede met Filippos en dus ook de tegenstander van
Demosthenes. Hij was een van de twee afgevaardigden die met de koning over de
zgn. vrede van Filokrates onderhandelden (346). Na de eerste besprekingen
verklaarde Aischines dat Filippos zich tot gematigdheid had verbonden en
betrouwbare waarborgen had gegeven; hij spoorde daarom Athene aan het
ontwerpverdrag te ondertekenen. Maar Filippos verwoestte Fokis terwijl het
tweede gezantschap reeds op weg was voor de bekrachtiging van het verdrag, die
niettemin toch plaatsvond. Na zijn terugkeer te Athene werd Aiscines
beschuldigd van dubbelhartigheid en omkoopbaarheid omdat hij, aldus de
overlevering, een geschenk van Filippos had aanvaard liever dan het koel te
weigeren en daardoor, naar het voorbeeld van Demosthenes, blijk te geven van
zijn afkeuring van de trouweloosheid van Macedonië. Aischines was deskundig in
Delfische aangelegenheden; hij verdedigde de toetreding van Filippos tot de
Raad van de amfictionie (einde 346) en was mede verantwoordelijk voor het
uitbreken van de vierde heilige oorlog, waaraan Athene niet deelnam. Toen hij
veroordeeld werd tot een boete die hij niet kon betalen, moest Aischines in 330
in ballingschap gaan naar Efeze en later naar Rhodes, waar hij welsprekendheid
onderwees.
Van Aiscines zijn drie redevoeringen bewaard, die
alle handelen over zijn Macedonische politiek. Toen Demosthenes en Timarchos
hem aanvielen omdat hij te kort geschoten was in zijn plichten als gezant,
hield Aischines zijn pleitrede Kata Timarchoe (Tegen Timarchos),
waardoor hij de veroordeling van zijn tegenstander bewerkte (345). In 343 kon
hij nog steeds op sterke steun rekenen; toen Demosthenes hem aanviel, slaagde
hij er dan ook in zijn houding bij de onderhandelingen van 346 te
rechtvaardigen en na zijn redevoering Peri parapresbeias (Over het
trouwloze gezantschap) werd hij vrijgesproken door een meerderheid van dertig
heliasten. In de
lente van 336, na Chaironeia, viel hij Ktesifoon aan, die volgens hem op
onwettige wijze voorgesteld had Demosthenes een gouden krans toe te kennen voor
de vele diensten die hij de stad had bewezen. Pas in 330 viel de uitspraak in
dit geding; in een schitterende redevoering, Kata Ktesifoontos (Tegen
Ktesifoon), stelde Aischines Demosthenes verantwoordelijk voor de nederlaag van
Chaironeia, maar hij slaagde er niet in de rechters te overtuigen en werd
verbannen. Beider standpunt was partijdig en het werd pas na de gebeurtenissen
ingenomen; lange tijd heeft men de voorkeur gegeven aan het radicale
gezichtspunt van Demosthenes (liever eervol verliezen dan laten begaan),
waardoor Aischines werd voorgesteld als een welbespraakt maar oppervlakkig
redenaar.
Deze
beoordeling lijkt nochtans overdreven; het werk van Aischines weerspiegelt de
Griekse geestesgesteldheid uit de 4de eeuw: bewustzijn van de
benarde positie van de Griekse staat en van de noodzaak van hervormingen,
afwijzing van democratische demagogie, fatalisme tegenover de gebeurtenissen en
een oprecht verlangen naar vrede.
LITT.:
E. Drerup, Aus einer alten Advokatenrepublik. Demosthenes und seine Zeit (Paderbom
1916). F.R. Wüst, Philipp II von Makedoniën und Griechenland in den
Jahren von 346-338 (München 1938). P. Cloché, Démosthene et la fin de la démocratie
athénienne (Parijs 1957).
# |