AHAZIA
by
admin
—
last modified
2007-02-03 06:37 PM
Koningen van Israel en Judea
|
(Hebr.: achaz-jahu
of jehó-achaz "Jahwe houdt vast")
AHAZIA ¹ Koning
van Israël, 856-855 v. Chr., Zoon en opvolger van Achab, raadpleegt in
zijn ziekte, die een gevolg is van een van een val door een tralievenster,
de god van Ekron, de Beëlzebub, waarvoor hem door Elia de vroege en kinderloze
dood aangekondigd wordt. Onder hem maakt Moab zich van Israël onafhankelijk,
zie I Kon. 22 : 52 v.v. ; II Kon. I.
AHAZIA ² Koning van Juda, 845-844 v. Chr., Zoon van koning Joram van
Juda en (door zijn moeder Athalia) kleinzoon van Achab, dus neef van den vorige
en van diens broer en opvolger. Joram van Israël, als wiens bondgenoot en vazal
hij tegen Hazaël van Damascus optrekt (II Kon. 8 : 26 v.v.) ; hij wordt door de
koningsmoordenaar Jehu te Jizreël dodelijk
gewond, sterft te Megiddo, wordt begraven te Jeruzalem. Het verhaal van de
dubbele koningsmoord (in II Kon. 9) behoort tot de meest levendige en
aanschouwelijke in het Oude Testament.
LITT.: R.
Kittel, Gestalten und Gedanken in Israel (1926), blz. 223 v.v.
# |