AG Groep
|
AG Financiële controleert de volgende dochterondernemingen: AG van 1824 (100 pct. van het kapitaal), AG van 1830 (99,8 pct.), AGIZI (53,8 pct.), Securitas (rechtstreeks 8,6 pct.; onrechtstreeks via AG van 1824 84,4 pct.), De Voorzorg van 1897(99,6 pct.), l'Essor (99,1 pct.). In 1967 heeft de AG Groep zich geassocieerd met twintig andere vennootschappen uit de hele wereld. Bovendien werd in 1969 een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de groep AMFAS van Rotterdam, teneinde de positie van de twee vennootschappen op de Europese markt te consolideren. Sedert haar oprichting werd het kapitaal van AG Leven- Ongevallen, die het voornaamste element van de groep uitmaakt, geregeld verhoogd, hetzij door inlijving van reserves, hetzij door uitgifte van aandelen tegen speciën. Op 31.12.1971 bedroeg het kapitaal Bfr. 3 mrd. Met uitsluiting van het deel van het kapitaal dat de aandeelhouders nog moeten volstorten, bedroegen de eigen middelen van de groep ca. Bfr. 3,9 mrd. Einde 1971 bereikten de geconsolideerde technische reserves Bfr. 34,4 mrd., waarvan 29,5 mrd. wiskundige reserves. De levensverzekeringen, meer in het bijzonder de groepsverzekeringen, vormen de voornaamste bron van inkomen. In deze sector bereikte het totaal van de verzekerde kapitalen het bedrag van bijna Bfr.105 mrd. einde 1971. In 1971 werd een bedrag van ruim Bfr. 6,8 mrd. Netto premies geïnd; de financiële inkomsten bedroegen Bfr.2,6 mrd. Op het geconsolideerde ac't1ef was de voornaamste tegenwaarde van de technische reserves het effectenbezit, dat einde 1971 een waarde had van Bfr.21,7 mrd. (inclusief meerwaarden), waarvan 4,1 mrd. betrekking had op het wettelijk beheer van de bediendepensioenen. De hypothecaire leningen. komen op de geconsolideerde balans voor met meer dan Bfr.11,0 mrd.; de onroerende goederen voor bijna Bfr. 4,8 mrd. Einde 1971 telde de groep 1819 personeelsleden. # |