ALEXANDER VI, eigenlijk: Rodrigo di Borgia
*Jativa bij Valencia 1-1-1431– † Rome 8-8-1503, 213e Paus (1492-1503).
Alexander VI ligt geknield naast de voorstelling van de Verrijzenis. Detail van een fresco die Pinturicchioa en zijn leerlingen in opdracht van de paus vervaardigden in de Borgiaappartementen van het Vaticaan.
Dank zij zijn oom Callixtus III, werd hij in 1455 kardinaal en in 1456 vice-kanselier van de kerk. De pauskeuze van deze wereldse, maar zeer begaafde prelaat was niet vrij van simonie; hij heeft het pausschap praktisch gekocht. Een van de belangrijkste kenmerken van zijn pontificaat was het ver doorgevoerde nepotisme, waarvan op de eerste plaats zijn eigen kinderen profiteerden (Giovanni, Cesare, Jofre en Lucrezia uit een relatie met Vanozza de Cataneis en tijdens zijn pontificaat nog twee kinderen van Giulia Farnese).
In de strijd tussen Spanje en Portugal trad hij als scheidsrechter op en 4 mei 1493 wees hij hun gebieden toe ten westen en ten oosten van de demarcatielijn in de Nieuwe Wereld, hetgeen belangrijk was voor de missionering, die hij verder sterk bevorderde. Toen Savonarola hem aanwees als de ergste vertegenwoordiger van het bederf in de kerk, deed hij hem in de ban (1497).
De herhaalde pogingen om deze paus te rehabiliteren hebben gefaald, want de bewijzen van zijn schuld zijn te talrijk en te verpletterend: zijn laatste bastaard, Rodrigo, is omstreeks 1502 geboren en toen in 1501 Alexander, Cesare en Lucrezia op de vooravond van Allerheiligen in het Vaticaan een ballet van 50 Romeinse courtisanes gadesloegen, was het dieptepunt van verval bereikt. Hij was echter geen monster van slechtheid en in zijn particuliere en politieke leven was hij noch beter noch slechter dan vele andere vorsten van toen. Het is niet zeker of hij door malaria of vergiftiging is gestorven, maar zeker is dat het volk van hem zei: “Alexander verkocht sleutels, altaren en Christus; hij die ze eerst had gekocht, kon ze terecht weer verkopen.” Litt. G. Soranzo, Studi inforni apapa Alessandro VI (1950); O. Ferrara, Alessandro VI Borgia (1957); G. Soranzo, II tempo di Alessandro VI papa et di fra G. Savonarola (1960).