AGNELLI, Giovanni
Italiaans industrieel (1921- )
* Villar Perosa, Turijn, 1921.
Doordat zijn ouders omkwamen bij een auto-ongeval werd hij opgevoed door zijn grootvader, Giovanni Agnelli (1866-1945), de oprichter van de Fiat-fabrieken. In de tweede wereldoorlog deed hij dienst als tankofficier in Rusland; daarna nam hij dienst bij de Amerikaanse troepen in Italië. In 1952 nam hij de financiële leiding van Fiat op zich; in 1966 werd hij directeur-generaal. Hij voerde een radicale verjonging van het stafpersoneel door en legde sterk de nadruk op de sociale betekenis van Fiat voor Turijn en zijn omgeving. Hij liet fabrieken bouwen in Polen, Joegoslavië en Rusland. Hij heeft de stellige overtuiging dat er toekomst is voor de grote industriële concerns. Voorts treedt hij op als directeur van het Istituto finanziario industriale, dat met een kapitaal van ca. 400 mld. lire betrokken is bij tal van grote Italiaanse industrieën. Sedert de oorlog was hij zonder onderbreking burgemeester van Villar Perosa. Het boek ‘Agnelli en het netwerk van de Italiaanse macht', de onthullingen van de Britse journalist Alan Friedman over de topman van het Fiatimperium' is in Italië ingeslagen als een bom. De Italiaanse titel van het boek is veelzeggend: 'Tutto in famiglia', ofwel 'Alles in de familie'. Gianni Agnelli, de ongekroonde koning van Italië, heeft samen met zijn familie een macht en invloed die z'n gelijke bijna niet kent in de geïndustrialiseerde westerse wereld. Via het Fiatconcern en zijn toeleveringsbedrijven voorziet Agnelli in het levensonderhoud van twee miljoen mensen. Friedman, correspondent van the Financial Times in Milaan, heeft het met zijn boek aangedurfd om de aanval te openen op Agnelli's concern. Boven: Balenciaga in 1963 op de 1ste etage van de galerij in haar prachtige huis Villa Agnelli Het boek is bijzonder explosief door uitspraken als: "De maffia past geweld toe om zijn doel te bereiken en het Agnelli-imperium gebruikt aandelenhandel, politiek, wetgevingen en de beste legale en financiële bescherming die naar voor geld te koop is." Of: "Het rijk van Agnelli is een macht waarmee op internationale schaal, en in de eerste plaats in Italië zelf, rekening moet worden gehouden. Het kan als 'de tweede maffia' worden beschouwd." Het is niet verwonderlijk dat hoofdstuk 1: 'De maffia en andere maffia’s', ontbreekt in de Italiaanse versie. Geen Italiaanse uitgever durft Fiat te vergelijken met de maffia. Kritiek op Agnelli staat in Italië gelijk met godslastering en alleen de socialist Bettino Craxi heeft daartoe het lef. Bovendien voelen veel Italianen zich aangevallen door uitspraken van Friedman over de maffia mentaliteit. "Maffia is een psychologische constructie, vanaf de geboorte diep in de geest van veel Italianen verankerd. Het is een manier van leven en van denken, een integraal deel van de nationale cultuur." Agnelli's familie verwierf grote rijkdom tijdens het fascistische bewind van Mussolini. Voor de Fiatbaas waren rijkdom en macht altijd vanzelfsprekend. In z'n jonge jaren was hij een opzienbarende jet setfiguur en had hij jaarlijks een miljoen dollar tot zijn beschikking. Tegenwoordig is hij de succesvolle en tot de verbeelding sprekende topman van een machtig concern en wordt zijn kapitaal geschat op één miljard dollar. Hij bewoont de mooiste villa’s van Capri en de Côte d'Azur en rekent de Rockefellers, de Kennedy's, Henry Kissinger en George Bush tot z'n vrienden. Agnelli ontleent z'n macht in de eerst plaats aan Fiat, een conglomeraat dat met de verkoop van auto's en wapens een omzet van (omgerekend) 26 miljard gulden per jaar heeft. Daarnaast heeft hij belangen in alle mogelijke sectoren. Bij voorbeeld: luchtvaart, telecommunicatie, verzekeringen, kranten, tijdschriften, uitgeverijen, televisie, restaurants, chemie, textiel, reclamebureaus, winkelcentra. Links een bijzondere foto waaruit blijkt dat niet alles
rozengeur en maneschijn is Dit maakt hem tot een industriële topper, die geen tegenspraak duldt en zijn tegenstanders zonder pardon vermorzelt, althans als we Friedman moeten geloven. De schrijvende journalist kan het zelf weten, want hij werd na de aankondiging van zijn publicatie door Agnelli op allerlei manieren gedwarsboomd. Agnelli weigerde alle medewerking en probeerde door tussen-komst van de rechter de verschijning van het boek te voorkomen. Niet verwonderlijk, aangezien Friedman zaken aan de orde stelt, waarover geen enkele Italiaan zou durven schrijven. De auteur doet een boekje open over Agnelli's relaties met internationale financiers, met wereld-beroemde politici, met kolonel al-Gaddafi van Libië, het Witte Huis, het Pentagon en het Kremlin. Iedere onthulling is waarschijnlijk voldoende om Agnelli in woede te doen ontsteken. Een van de belangrijkste onthullingen betreft de verkoop, in strijd met internationale verdragen, van rakettechnologie aan Argentinië en het Midden-Oosten. Het in raketten gespecialiseerde Fiatbedrijf SNIA BPD zette een internationaal netwerk op, dat door Amerikaanse topambtenaren werd vergeleken met 'het plot van een Robert Ludlum thriller'. Geheime technologie werd verkocht voor het Argentijnse Condor IT-project. Irak en Egypte zorgden voor het geld. Toen de Argentijnse rakettenfabriek failliet ging, werden de geleide wapens overgebracht naar Egypte. Waarnemers vrezen dat de Fiatraketten het militaire evenwicht in het Midden-Oosten diepgaand zullen verstoren. Zich afvragend of Agnelli op de hoogte was, vergelijkt Friedman deze affaire met president Reagans Irangate. Wist Agnelli van niets, dan is hij z'n greep op het imperium aan het verliezen. Wist hij van de verkoop, dan moet hij zich daarvoor verantwoorden. Hoe het ook zij, de regering van de VS zette Rome onder druk en kwam uiteindelijk de waarheid te weten over Fiats handelswijze, zo vertelt Friedman. De VS verboden vervolgens de transfer van nieuwe rakettechnologie aan het bedrijf, maar na een intensieve lobby in Washington door de autogigant werd dit. verbod in april van dit jaar opgeheven. De inlijving van het staatsbedrijf Alfa Romeo door Fiat is een andere zaak met een luchtje. Friedman beschrijft hoe de poging van Ford tot overname van Alfa Romeo in 1986 op dubieuze wijze werd verijdeld, waarna Fiat zelf het bedrijf opkocht. Deze zaak wordt nu door de EEG onderzocht. Agnelli wordt ervan beschuldigd dat hij bij de Italiaanse regering een voorkeursbehandeling heeft afgedwongen, waardoor de door hem betaalde prijs ver onder de marktprijs en onder het Fordaanbod kwam te liggen. Twee hoofdstukken zijn volledig gewijd aan de 'Libische kwestie'. Agnelli's ontmoeting in Moskou met kolonel al-Gaddafi in 1976 komt ter sprake en het feit dat Libië een aantal jaren de op één na belangrijkste aandeelhouder van Fiat was toen het bedrijf in geldnood zat. Friedman be schrijft hoe al-Gaddafi met geheime transacties 3,1 miljard dollar verdiende, toen Agnelli in 1986 zijn aandelen terugkocht. Westerse banken leden enorme verliezen bij de overname en de doorverkoop van het aandelenpakket. Agnelli kostte het allemaal geen cent. Friedman raakt een bijzonder tere plek van Agnelli met de vraag: is het met het oog op 1992 wel zo gezond voor Fiat om zoveel macht te hebben? Hij stelt dat Agnelli's netwerk de concurrentiepositie van andere Italiaanse bedrijven aantast en daardoor de economische groei in de weg staat. Kortom, er zit in dit 300 bladzijden en 18 hoofdstukken tellende boek genoeg dynamiet om veel van Agnelli's dromen om zeep te helpen. De reactie van de hoofdpersoon Iaat zich raden. De feiten uit het boek worden in alle toonaarden ontkend. "Alles in dit boek is gelogen", zo verwoordt de perschef van Fiat, Alberto Niccolello, de. kritiek van zijn baas. "Fiat is nog nooit voor de rechter beschuldigd van illegale activiteiten. Dat we maffiosi zijn, is Friedmans mening. Dat spreekt voor zich." Voor Friedman is Agnelli nog altijd een intelligente man met buitengewone manieren. Maar hij is tevens de chef van een imperium' symbool van een ouderwets kapitalisme dat te veel macht in de handen van één groep, één familie of één man concentreert. "In eerste instantie wilde ik een boek schrijven over het nieuwe Italië, maar hoe langer ik bezig was, des te duidelijker het voor me werd dat onder de oppervlakte van het nieuwe Italië een netwerk schuilgaat, een feodale macht met Agnelli aan de absolute top." Agnelli en het netwerk van de Italiaanse macht, door Alan Friedman. ISBN 90 6074 192 7.c Uitg. Anthos, Baarn –fl. 32,50 " # |