AFONSO V
Koning van Portugal (1438-1481)
(de Afrikaan – o Africano)
* 1432, Sintra - † 1481, Sintra
Oudste zoon van koning Eduard (Duarte) en Eleonora Van Aragón.
Op 6-jarige leeftijd volgde hij zijn vader (†1438) op.
Het regentschap werd eerst uitgeoefend door zijn moeder en na 1440 door zijn oom Pedro, hertog van Coïmbra,
met wiens dochter Isabella hij huwde in 1448.
Daarna nam hijzelf het bestuur in handen.
Daar hij zijn oom en schoonvader van rebellie verdacht, versloeg hij hem bij Alfarrobeira, waar pedro sneuvelde (1449).
Alfonso was een verlicht vorst; hij bevorderde wetenschap en kunst; van zijn economisch inzicht getuigen
de Portugese munten, die hij van zuiverder goud (cruzados dóuro subido) liet slaan om een hardere valuta
te hebben dan de andere staten.
Zijn hele leven wist hij in goede verhouding te leven met de paus en de bisschoppen.
Onder hem werd een begin gemaakt met de Portugese veroveringen in Afrika.
Boven: Alfonso V de Afrikaan (knielend rechts) en Sint-Vincentius (de staande figuur in het midden),
in gezelschap van de jonge vorst Juan en de infante Hendrik de Zeevaarder;
middendeel van het veelluik van Sint-Vincentius, geschilderd door Nuno Govçalves (ca. 1450) Lissabon
Museu de Arte Antiga.
Zelf voer hij met een vloot naar Alcácer-Ceguer, dat hij veroverde; de overwinning op en bezetting van
Arzila (1458) en Tanger (1471) volgden. Na de dood van zijn eerste echtgenote (1455) verloofde hij met
zijn nicht, Johanna van Castilië, dochter van Hendrik IV, in de hoop de kroon van Castilië aan die van Portugal
te kunnen vervinden. Hierdoor raakte hij in oorlog met Isabella ‘de Katholiek’; hij leed de nederlaag bij Toto (1476).
Hij werd gedwongen afstand te doen van de Portugese troon ten gunste van zijn zoon Joao II de Volmaakte (o perfeito),
maar deze weigerde.
Alfonso besloot zich in een klooster terug te trekken; op reis daarheen overleed hij.