AËTIUS
Diaken in Antiochië († ca. 370)
Sinds 350 met zijn leerling Eunomius van Cyzicus en Acacius van Caesarea, leider van de extreme
richting in het Arianisme, welke de Godheid van de tweed Persoon van de H.Drievuldigheid en
consequent ook van Christus ontkende. De aanhangers van deze richting heetten Aëtianen,
Eunomianen, Heteroesiasten (hetera ousia = andere essentie) of Anhomeërs (Anhomoios = niet gelijk).
Zijn tegenstanders gaven aan Aëtius de naam Atheïst. Aëtius oefende verschillende beroepen uit,
doch door de Aristotelische dialectiek toe te passen op bijbelteksten, verwierf hij zich als twistredenaar
de genegenheid van de latere keizer Julianus. Zijn beweringen waren echter zelfs voor Ariaans gezinden
bedenkelijk, zodat hij afgezet werd en Antiochië verlaten moest. In 358 keerde hij echter terug, maar
werd weer afgezet en verdreven. Onder Julianus, die na de dood van Constantinus keizer werd, is hij
door een Ariaanse synode in zijn waardigheid hersteld en zelfs tot bisschop benoemd. Ca. 370 stierf
hij onder Keizer Valens te Constantinopel als bisschop zonder bisdom.