AESOPUS
fabelschrijver ± 550 v.Chr
Gr. Aisopos
Geldt in de Griekse literatuur als de voornaamste bedenker van fabels, met name dierfabels.
Hij zou omstreeks 550 v.Chr. hebben geleefd en in Phrygié (in Klein Azië) geboren zijn:
men dacht hem zich van mismaakte en gebochelde gestalte. Nadat hij eerst slaaf geweest was,
het laatst op Samos, werd hij vrijgelaten, en reisde naar Lydië en vervolgens naar het verdere Oosten,
overal door zijn schranderheid indruk makend en met zijn fabels zij toehoorders tot inzicht brengend;
ten slotte werd hij op een reis naar Griekenland te Delphi onschuldig ter dood veroordeeld en omgebracht.
Zijn levensbeschrijvingen berusten bijna geheel op fantasie; aan zijn fabels, die vermoedelijk eerst
mondeling zijn overgeleverd, werden steeds nieuwe “aesopische” fabels toegevoegd.
Deze zijn thans bekend in proza (uitgaven van E.Chambry, Parijs 1925-26 en 1927) en voor een deel ook
in de dichterlijke bewerking van Babrios. Op de latere literatuur hebben zij grote invloed uitgeoefend.
De Latijnse dichter Phaedrus ontleent er de stof aan voor zijn fabels; eveneens de Fransman La Fontaine.
De vos en de haan
Een vos kwam tot een haan en zei tot deze: Ik zou graag willen weten of gij even schoon kunst zingen als Uw vader.
En toen sloot de haan zijn ogen en begon te kraaien. En de vos greep hem beet en droeg hem weg.
En de mensen uit de stad riepen: De vos neemt de haan mee! En toen sprak de haan aldus tot de vos:
Mijnheer, verstaat ge niet wat het volk zegt, dat ge hun haan meeneemt! Zeg hun toch, dat het uw haan is en niet de hunne.
En toen de vos zei: Het is niet uw haan, maar de mijne, ontsnapte de haan uit de bek van de vos en vloog op een boom.
En toen zei de haan tot de vos: je liegt, want ik ben hun haan en niet de uwe. En de vos sloeg met zijn bek en zijn kop tegen de grond, zeggende: Mijn bek, ge hebt te veel gepraat! Ge had de haan op moeten eten, in plaats van vele woorden te gebruiken!.
En daarom schaadt veel praat en te veel gesnoef veroorzaakt smart.
Daarom hoed u voor te veel woorden, opdat het u later niet zal berouwen!
De vos en de druiven
Een hongerige vos sloop op zekere dag een wijngaarde binnen waar vele druiventrossen hingen,
rijp en klaar om gegeten te worden. Maar het geval wilde, dat zij tegen hoge leilatten vastgebonden hingen,
net te hoog voor Reintje. Hij sprong omhoog en rustte even en toen sprong hij weer omhoog en trachtte er
zo bij te komen. Maar het was alles te vergeefs.
Ten leste was hij danig vermoeid en daarom riep hij uit: Neme ze wie wil, die druiven zijn zuur!