AESCHBACHER, Hans
Zwitsers beeldhouwer (1906-1980)
* 18.1.1906, Zürich - † 1980
Aanvankelijk leerde hij het drukkersvak, maar nadat hij in verschillende beroepen werkzaam was geweest,
hield hij zich na 1936 uitsluitend met beeldhouwen bezig. Tot 1945 maakte hij vooral portretten en torsi,
maar geleidelijk aan verdween daarna de menselijke figuur uit zijn werken. Hij maakte toen vooral vrouwelijke
koppen en idolen, die hij Visages abstraction noemde. Omstreeks 1953 begon hij langgerekte geometrische
beelden te maken in graniet, lavasteen of marmer.
In het Kröllermüller te Otterlo bevindy zich nevenstaand beeldhouwerk uitgevoerd in crescianograniet en
bestaande uit twee licht a-symetrische delen, gescheiden door een lichtspleet van 27 mm.
Het beeld is speciaal voor de beeldentuin van de Stichting gemaakt en is typerend voor de vormentaal die
de kunstenaar sedert 1953 hanteert.
Harp, Castione-graniet, 250x240 cm, 1953. (Mittels spiralartiger, technisch sehr anspruchsvollen
Öffnungen hat der Bildhauer dem harten Stein die grösstmögliche Leichtigkeit und Entmaterialisierung abgewonnen.)