AENEAS
Trojaanse held
Grieks Aineias
Zoon van Anchises en Aphrodite, stamde door zijn vader af van de oude Trojaanse koningen en van Zeus. was op de berg Ida geboren, en verwant met Priamos. Aan de Trojaanse oorlog nam hij "als eerste na Hector" deel en onderscheidde zich, beschermd door zijn moeder, door grote kracht en dapperheid; aan de handen van Achilles werd hij na Patroklos' dood door Poseidon ontrukt.
Links: Een muurschildering afkomstig uit de Casa di Sirico in Pompeiï
Nationaal Museum Napels
Volgens de Ilias was hij voorbestemd om heerser over Troje te worden en volgens sommige sagen werd hij dat ook inderdaad na de ondergang van het huis van Priamos. Maar de meest bekende overlevering laat hem na Troje's val een zwerftocht beginnen en eindelijk aan de Westkust van Italië in Latium landen. Deze Opvatting is vooral begunstigd, omdat te Rome de leden van het Julische huis, waartoe Caesar en Augustus behoorden, Aeneas als de stamvader van hun geslacht beschouwden en dus hun afkomst uit Troje afleidden. Dit is de aanleiding geweest tot het ontstaan van het nationale epos der Romeinen, de Aeneis van Vergilius, waarin de zwerftochten van Aeneas (Boek I-VI) en zijn vestiging in Italië (Boek VII-XII) worden beschreven. Beroemd is daarin Aeneas' vlucht uit Troje: de beelden der huisgoden reddend verlaat hij, zijn vader Anchises op de schouders, zijn zoontje Ascanius aan de hand, en gevolgd door zijn vrouw Creüsa de brandende stad. Te midden van het gedrang verliest hij Creüsa, die om het leven komt.(zie schilderij onder) In het gebergte verzamelt hij vluchtelingen, bemant met hen twintig schepen en zeilt eerst naar Thracië, vervolgens naar Delos en Kreta. Hier wil hij zich vestigen, maar de pest verjaagt hem, en zijn lot voert hem verder. Bij Actium doet hij spelen vieren ter ere van Apollo en in Epirus ontmoet hij Helenos, zoon van Priamos, van wie hij zijn toekomstige lotgevallen verneemt. Hij neemt de waarschuwingen van Helenos in acht, zodat hij Scylla en Charybdis vermijdt en op Sicilië in de straat van Messina aan wal stapt. Hier sterft zijn vader. Aiolos, de god van wind en storm, doet hem, op bevel der vijandige Juno, als Trojaan steeds afdrijven met zijn vloot naar Carthago, waar hij gastvrij ontvangen wordt door koningin Dido, wier liefde hij verwerft.
Aneas vlucht met zijn vader uit Troye door Federico Barocci,
Galleria Borghese, Rome
Maar Zeus, die het fatum moet handhaven, dat hem een woonplaats in Italië aanwees, gebiedt hem, heimelijk de vlucht te nemen, waarop de misleide Dido zich om het leven brengt. Aeneas begeeft zich vervolgens naar Acestes, een Trojaan, die reeds op Sicilië woont en doet er lijkplechtigheden vieren ter ere van zijn vader. Hij wendt vervolgens de steven naar Italië. Bij Cumae brengt hem de Sibylle door de ingang van de Avernus in de onderwereld, waar zijn vader hem de toekomst voorspelt. Uit deze teruggekeerd gaat hij naar de mond van de Tiber en landt daar in het gebied van koning Latinus. Deze biedt hem, aangespoord door een orakel, zijn dochter Lavinia ten huwelijk, maar hiertegen verzet zich haar moeder Amata, die door .Juno opgeruid, Turnus, de koning va de Rutuliërs en verloolfde van Lavinia, aanspoort om de vreemdelingen te bestrijden. Aeneas vindt hulp bij Euander op de Palatijnse heuvel en voorzien van voortreffelijke wapenen, door Volcanus op verzoek van Venus voor hem gesmeed, verslaat hij bij de muren van Lavinium, zowel Turnus, als den Etrusker Mezentius. Hierna huwt Aeneas met Lavinia. Hij leefde nog enige jaren en werd daarna onder de goden opgenomen.
Zijn zoon Ascanius werd als Iulus de stamvader van het Julische huis. Hij sticht te Alba Longa. Van hem (volgens een andere overlevering van een zoon van Aeneas en Lavinia, Aeneas Silvius genaamd) stamden in lange rij de koningen van Alba Longa, tot eindelijk twee nakomelingen van deze, Romulus en Remus, Rome stichtten.
Aeneas en Achates landen op de Libische kust. (1520) - Door Dosso Dossi (Ferrara 1490-1542) -
Onder: Aeneas aan het hof van Dido
Aneas aan het hof van Latinus – Olieverf op canvas - Ferdinand Bol - C.1661-63 Rijksmuseum Amsterdam
Onder: “Aeneas in de onderwereld” van J. Bruegel - Museum van Schone Kunsten te Brussel
Het visioen van Aeneas in de Elysische velden- door Sebastian Conca - 61 x 46 cm
Onder de kaart met de omzwervingen van Aeneas
Omtrent historische gegevens, die aan deze sage ten grondslag liggen, bestaat weinig zekerheid; wel moet zij reeds zeer oud zijn en op oude overlevering teruggaan.
LITT. : R. Heinze, Virgils epische Technik³; G. Boisier, Nouvelles promenades archéologiques; J. Carcopino, Virgile et les origines d'Ostie; L. Malten, Aineias (Archiv für Religionswiss. 29 (1931) blz. 33 vv.)
Na de val van Troje vluchtte Aeneas en koos vanuit de haven Antandros met andere ballingen zee. Zij landden in Thracië, waar Aeneas de stad Aeneadae stichtte. De verschijning echter van de schim van de vermoorde Trojaanse prins Polydorus deed hen hun reis vervolgen. Op Delos kregen zij van het orakel van Apollo het bevel het oude stamland der Dardaniden op te zoeken. Anchises meende dat hiermee Kreta bedoeld werd.
Aeneas stichtte ook hier een nederzetting, Pergamum, maar het uitbreken van een pestziekte maakte hem duidelijk dat zijn doel elders lag. Trojes penaten, aan hem in de slaap verschenen, noemden Italië als het in de orakelspreuk bedoelde land. Via de Ionische Zee belandde men in Buthrotum in Epirus, waar Aeneas nieuwe aanwijzingen kreeg voor zijn verdere tocht. Behouden kwam men op Sicilië aan, in de omgeving van de Etna. Het verschijnen van de cycloop Polyphemus deed Aeneas echter haastig opbreken. Men voer verder naar de haven Drepanum (thans Trapani). Daar stierf Anchises. Men zette koers naar Italië maar een storm. veroorzaakt door Juno, sloeg de vloot uit elkaar. De schamele resten ervan belandden in de buurt van Carthago. Door Carthago's vorstin Dido werd men daar gastvrij onthaald. Dido, in liefde voor Aeneas ontbrand, verzocht hem te blijven, maar Jupiters vermaan noopte hem wederom te vertrekken. Via Sicilië voer men naar Italië en landde bij Cumae.
Aeneas, in de Grieks-Romeinse mythologie zoon van Anchises en Afrodite, uit een jongere linie van het Trojaanse koningshuis. Hij speelt in Homeros' Ilias nog slechts een nevenrol; wel wordt hem voorspeld dat hij zal heersen over het nageslacht der Trojanen. Later werden vele plaatsen in Griekenland en elders, waarvan de naam op die van Aeneas leek of die een Afrodite-tempel bezaten, met een bezoek van hem in verband gebracht. Deze tochten werden steeds uitgebreid, vooral naar het Wes- ten. Reeds in de 4de eeuw bestaat de overlevering dat hij Latium had bereikt en hij of zijn nakomelingen Rome hadden gesticht. Deze lezing heeft door Vergilius in diens Aeneis vaste vorm gekregen. Aeneas, het toonbeeld van vroomheid en plichtsbetrachting (pietas), draagt bij de val van Troje Anchises op de schouders uit de vlammen en redt tevens zijn zoontje Ascanius en de heilige godenbeelden, waaronder het Palladium; zijn vrouw Creusa verdwijnt op onverklaarbare wijze. Na vele zwerftochten, waarbij Anchises sterft, landt hij bij Carthago, wordt door koningin Dido gastvrij ontvangen, knoopt een liefdesverhouding met haar aan, maar verlaat haar op bevel der goden. Hij landt in Italië, bezoekt met behulp van Sibylle de onderwereld, en verwerft de hand van Lavinia, de dochter van koning Latinus van Latium, na vele gevechten o.a. met Turnus, Lavinia's vroegere verloofde. Tijdens een veldslag wordt Aeneas in een onweer in de hemel opgenomen als Jupiter Indiges. Door Ascanius, Julus genaamd, die Alba Longa sticht, de moederstad van Rome, wordt hij de voorvader van de gens Julia, en daarmee van Julius Caesar en keizer Augustus.
LITT. F. Bomer, Rom und Troja (1951); A. Alfoldi, Die trojanischen Urahnen der Römer (1957); G. Galinsky, Aeneas, Sicily and Rome (1969).
Aeneas W.W. Fowler, Aeneas at the site of Rome (Oxford 1918). H. Baas, Aeneas' arrival in Latium (Amsterdam 1938). -J. Perret, Les origines de la légende troyenne de Rome (Parijs 1942). -F. Bomer, Rom und Troja (Baden- Baden 1951). -A. Alföldi, Die trojanischën Urahnen der Romer (Bazel 1957). -G. Galinsky, Aeneas, Sicily,and Rome (Princetan 1969). -
Aeneis, episch gedicht van Vergilius in twaalf zangen. De dichter begon ermee in 29 v.C.; tien jaar later, bij zijn dood, was het nog niet voltooid; Vergilius meende nog drie jaar nodig te hebben om het werk te voltooien toen hij zijn einde voelde naderen; hij vroeg het manuscript te verbranden, maar Augustus verzette zich hiertegen en liet het uitgeven.
De Aeneis verhaalt hoe de Trojaanse goden, die de stichting van Rome voorbereidden, door Aeneas naar Italië worden overgebracht volgens een beschikking van de Olympos. De legende, afkomstig van Stesichoros (7de-6de eeuw v.C.), had zich te Rome wel verbreid maar nimmer geschreven literatuur doen ontstaan. De eerste zes boeken beschrijven de vijandige gezindheid van Juno, die Aeneas uit Italië wil weghouden en de held, die wordt beschermd door zijn moeder Venus, allerlei moeilijkheden in de weg legt. Een storm slaat Aeneas' vloot uit elkaar en werpt hem op de kust van Afrika, waar Dido, koningin van Carthago, hem als gast ontvangt
(boek 1). Aeneas verhaalt haar van de inneming van Troje, van zijn vlucht en van de moeilijkheden op zijn tocht naar het hem door de orakels beloofde land
Onder: Fragment van het Zuidfries van de Ara Pacis te Rome met het offer van Aeneas en de zeug.
(boek 2 en 3). Aeneas blijft te lang op Afrikaanse bodem: de koningin, die hopeloos verliefd is op de held, wil hem daar houden, maar gehoorzaam aan Jupiters bevel vertrekt Aeneas toch; uit wanhoop pleegt Dido zelfmoord (boek 4). Als Aeneas op Sicilië aankomt, houdt hij er lijkspelen ter nagedachtenis aan zijn vader Anchises, die hier een jaar tevoren gestorven was
(boek 5). Vervolgens belandt hij te Cumac in Italië. De sibille geeft hem de macht om in de onderwereld af te dalen. Aeneas ontmoet er de schim van zijn vader, die hem de schitterende toekomst van Rome tot aan de regering van Augustus voorspelt (boek 6). Dit eerste deel van het epos doet door zijn compositie en de keuze van de voorvallen denken aan de Odyssee van Homeros; de laatste zes zangen ontlenen hun inspiratie aan de oorlogsverhalen uit de lIias. Inderdaad moet Aeneas, na een vriendelijk onthaal bij koning Latinus van Latium, de strijd aanbinden met Turnus, koning van de Rutuli, wiens verbolgenheid door Juno was opgewekt
Afscheid van Dido in Carthago - door Claude Lorrain (1600-1682) – olieverf op canvas 120 x 149,2 cm – Kunsthalle Hamburg
Beelden van Aeneas op de vlucht
Aeneas op de vlucht uit Troje met zijn vader op de schouders, detail van een griekse vaas Louvre Parijs.
Dat Aeneas op zijn tocht uit het brandende Troje zijn vader meenam, werd in de oudheid gezienals een voorbeeld van de deugd van kinderliefde. Hij is dan ook vele malen afgebeeld met Anchises op zijn rug, zoals in het 20 cm hoge beeldje, afkomstig uit de Etrutische stad Beji (5de eeuw v. Chr. – Museo Nazionale di Villa Giulia, Rome.
(boek 7). Aeneas, sluit een bondgenootschap met koning Euander, die de oevers van de Tiber beheerste in het gebied dat voorbestemd was om er het toekomstige Rome te stichten; Pallas. zoon van Euander, voegt zich bij de troepen van Aeneas
(boek 8). Turnus valt het kamp der Trojanen aan en steekt hun schepen in brand; Aeneas' troepen, beroofd van hun leider, raken in gevaar
(boek 9). Op de Olympos ontwikkelt zich een heftig dispuut tussen Venus en Juno; Jupiter weigert een van de tegenstanders te bevoordelen. Aeneas overwint, maar PalIas sneuvelt
(boek 10). Aeneas verlaat de ruiterij van Camilla, de koningin Ier Volsci
(boek 11). Een tweegevecht tussen Aeneas en Turnus maakt een eind aan de oorlog; Aeneas doodt zijn tegenstander. Hij zal nu heersen over een volk waarin de deugden van Trojanen en Latijnen harmonisch zullen samengaan
(boek 12). Al was het duidelijk de bedoeling van , Vergilius de Latijnse letterkunde te verrijken met een nationaal epos dat in Rome dezelfde plaats moest innemen, als de homerische gedichten bij de Grieken, toch is zijn werk niet uitsluitend een navolging van het Griekse model en is er ook een onmiskenbare invloed te bespeuren van de Alexandrijnse dichters, vooral van Apollonios van Rhodos. Deze invloed is niet alleen merkbaar in sommige pathetische episoden (Aeneas en Dido, Nisus en Euryalus), maar ook in de poëtische vormgeving, die moderner en subtieler is dan die van zijn Griekse voorbeeld. Ten slotte geven Vergilius' fijngevoeligheid, die overal merkbaar is, zijn liefde voor de natuur en zijn Boven: Beeldhouwerk van Berini meeleven met het leed der Rome Galleria Borghese mensen het werk een persoonlijk karakter. AI is de achtergrond van het werk homerisch, de sensibiliteit ervan blijft zuiver Romeins: de persoon van Aeneas met zijn pietas, zijn gravitas en zijn stoïcisme geeft gestalte aan het levensideaal van de Romein zoals Augustus dit wilde doen herleven in zijn poging tot nationale vernieuwing
Iconogr. De eerste verluchte handschriften van de Aeneis zijn de Codex Vaticanus (bibliotheek van het Vaticaan, 4de eeuw en de Vergilius van Bern (Karolingisch tijdvak). De Aeneis van Hendrik van Veldeke is bekend uit enkele verluchte handschriften (bibliotheek van Berlijn, 13de eeuw; palazzo Riccardi, Florence, ca. 1450). Merkwaardig is ook nog het door Girolamo Genga geïllumineerde handschrift (Academie voor Beeldende Kunst te Siena, (ca. 1500). De eerste met houtsneden versierde drukken zijn in Lyon verschenen (Livres des Eneydes, ca. 1485), vervolgens in Straatsburg (1502); en nogmaals in Lyon (1517). Later komen de illustraties van Abraham Bosse (Parijs 1648), Hollar, Faithome en Lombart (Londen 1654), Pietro Santo Bartoli (Rome 1677), Cochin (Parijs 1745), David, Gérard en Girodet (Parijs 1797), Camuccini en Canova (Rome 1819)
Aeneis A. Cartault, L 'art de Virgile dans l'Enéide (2 dln.:Parijs 1926). -M. Huegi, Vergils Aeneis und die hellinistische Dichtung (Bern 1951). -M.R. Steiner, Der Traurn in der Aeneis (Bern 1952). -L.A. Constans, L 'Enéide de Virgile. Etude et analyse (Parijs 1953). -A. Schmitz, Infelix Dido. Etude esthé- tique et psychologique du livre IV de . l'Enéide de Virgile (Gembloux 1960). : -G. Knauer, Die Aeneis und Homer (Gottingen 1964). -M. Putnam, The poetry of the Aeneid: Jour studies in imaginative unit y and design (Cambridge, Massachusetts, 1965). -A. Wlosok, Die Gottin Venus in Vergils Aeneis (Heidelberg 1967). -K. Quinn, Virgil's Aeneid: a critical description (Ann Ar- borg 1968).