ADRIAANSE, Simon Fred
onderwereld figuur uit Amsterdam (1921-1992)
Simon Fred Adriaanse, mocht 69 jaar worden. Toen werd hij geveld door een astma-aanval. Met hem stierf, onder de bijnaam Frits van de Wereld, een legende binnen de oude Amsterdamse penoze. Op zijn begrafenis verzamelde zich een kleurrijke menigte die zomaar goed was voor zo'n drieduizend jaar lik zónder vooraftrek. Jan Bluming las zowaar een gedicht voor en Pistolen Paul slikte iets weg. Afscheid van een zwaar gewicht, die de schlemiel speelde en intussen miljonair was.
Ze waren er allemaal, daar .aan de Buikslotermeerdijk in Amsterdam Noord: de jongens van de vrije baan op wier levensfilosofie vrijwel elke wetsregel afketst. Je mocht het gerust een reünie noemen. Grote bolleboffen van de Amsterdamse penoze kwamen handen tekort om het respect van het 'bijgajes' in ontvangst te nemen. Want vandaag, vandaag werd ome Frits voor altijd teruggebracht naar de plek waar hij vandaan kwam. Een kuil op de Noorderbegraafplaats, vlakbij de arbeiderswijk Het Blauwe Zand, waar hij als een van de elf kinderen van een eenvoudige heier het licht zag. Pistolen Paul kleefde in zijn gepantserde auto ('...nog van prins Claus geweest') achter de negen verlengde Amerikaanse limo's waarmee Frits van de Wereld en zijn clan vanaf zijn paleisje aan de Zeedijk 43 zijn allerlaatste tripje maakte. Motoragenten voorop, politiefunctionarissen in groot tenue erachteraan.
Paul Wilking: 'Ik sprak Frits 'n weekend geleden nog. Hij zou eigenlijk komende zaterdag op vakantie gaan. Maar ja: nu is-ie wat langer met verlof. Nu is-ie opeens lawaaie. Een grote man, Frits. De koning. We hebben samen nog een cel gedeeld; hij wegens de hasj, ik wegens wat wapens. Nou: een fijnere gabber kon je je niet wensen.'
De aula was te klein voor zoveel grote jongens. Cateraar Tonnie Alberti (zoon van) had dan ook een blauwwitte tent-met-warme-lucht- blazer tegen het rouwgebouw aangeplakt, zodat iedereen getuige kon zijn van een afscheidsritueel zoals dat kon zijn bezongen door Johnny Jordaan. Leden van het Groot Walenburgs Vuilharmonisch Orkest hieven, mooi van valsigheid, hymnen aan als 'Aan de Amsterdamse grachten' en 'Aan de voet van die oude Wester', terwijl iedereen langs het glas defileerde waaronder Frits van de Wereld voor het laatst het grootste kunstje van zijn roerige leven volvoerde: de gave van het luisterrijk zwijgen.
Majoor Boszhardt van het Leger des Heils sprak en zeide: 'Ome Frits, op uw betere momenten zei u wel eens tegen me: Ik geloof ook wel in 'n God, maar ik loop alleen niet zo achter hem aan zoals jij...' Jon Bluming rees hoog op boven de notenhouten kist, en reciteerde met een triller in z'n strot een Engels gedichie:
'There is an old believe that on same distant shore,
far away trom despair and grieve.
old friends will meet once more.'
Waarop de man die jarenlang de gokpaleizen op de Wallen met zijn knuisten schoon hield met verstikte stem wenste: 'Ome Frits...tot op dat strand Gggáwwer!' Het was, voorwaar een prachtig afscheid. Toen iedereen naar het vers gedolven graf wandelde, onderling handenschuddend en oude wapenfeiten uitwisselend, bleek dat ook de witte duiffies van ome Frits waren uitgenodigd. Ze koerden wat omfloerst in kleine hokkies boven de aarden cripte en werden in één klap gelost. Fladderende vrede bespatte heel even de lucht boven de groeve, en toen koerste de witte waaier als een bruidssluier op de wind terug naar huis, naar de Zeedijk. ledereen stond er bij en keek er naar, en iedereen vondt het bloedstollend mooi. 'Gotsamme, zoiets verzin je niet!'
Frits van de Wereld heeft van ze lang zal-ie leven aan de Amsterdamse Zeedijk gewoond. Een wat sjofele gedaante met de ingevallen wangen van een man die z'n gebit permanent bij de lommerd had verpand. Op 8 januari 1988 mompelde Frits eens in 'n uitzonderlijk openhartige bui: 'Toen ik 15 of 16 jaar was werden mijn vader en twee broers door de Duitsers opgepakt. Toen stond ik er als oudste alleen voor met mijn moeder en de andere acht bekkies. We kregen één suikerbiet per week. Dat zette me dus aan het stelen. Heb ik nog anderhalf jaar lik voor gehad. Later ben ik classificeerder aan het dok geweest, morgenster...snorder...Ik heb altijd gepierd en gepeesd om aan m'n vreten te komen. Tenslotte werd ik portier en hulpie in speelhuizen. Nou, en daar zit ik nu nog 'n beetje in. Begrijp je wel, jonge?'
Natuurlijk begrepen we wat hij wilde zeggen: Hoe konden ze nou uitgerekend hem, Sirnon Adriaanse van Het Blauwe Zand, uitroepen tot de 'godfather van de Amsterdamse penoze', tot de 'koning van de gokwereld'?! En dan nog uitschelden voor Frits van de Wereld. Nee, hij was een normale ploeteraar die links en rechts een pandje verhuurde, keurig z'n belasting-of-hoe-heet-zoiets betaalde, en voor de rest van niks wist.
Mooie tijden
'Ammehoela!', roept een ingewijde uit die jaren, 'ome Frits was aan het begin van de jaren zeventig al dik en dik miljonair. Hij begon met een pandje aan de Geldersekade, dat hij huurde van ouwe Mien Vet. Daar maakte hij 'n hoerenkassie van. Je had in die tijd Mien Vet als huisjesmelkster. Met haar zonen Rinus, Japie en Joop had ze de wind er goed onder. Maar ze kon eigenlijk niet op tegen Dolle Greet uit Hellevoetsluis, die vanuit haar sigarenzaakje op de hoek Oudezijds Achterburgwal, Ouwe Kennissteeg geld uitleende voor 'n kwartje op 'n gulden. Mooie tijden waren dat, met geruchtmakende moordzaken zoals van Magere Jasje en Chinese Annie. In die tijd raakte Frits van de Wereld zakelijk in de groei. Hij had 'n tijdje het Café De Weleld op de Zeedijk, vandaar die bijnaam.
Sjofel of niet: je kon Adriaanse wel laten schuiven. Op die ene suikerbiet per week voor elf hongerige muiltjes tijdens de hongerwinter had hij zich met grote vastberadenheid gewroken. Vanuit de peeskamertjes en vanuit zijn gokbedrijf stroomde de poen gestadig zijn kant op. Frits, die naast zijn lievelingsspel Russisch poker weinig geld aan drank en/of vrouwen spendeerde, richtte zijn vizier op het wonderlijke smokkelnest Volendam. Samen met Pietje P. , Utrechtse Bertus en Maurits de Vries (alias Zwarte Joop) ging hij in de sigarettensmokkel.
Vanuit Helgoland kwamen de Marlborootjes met kotterladingen tegelijk naar Holland. Flits van de Wereld vond dat allemaal wel 'geinig', maar deed de opbrengsten af als 'apenootjes'.
Bovendien ontstond er tijdens een zware storm aan boord van een smokkelschip enorme stampei tussen de bondgenoten. Omdat ze dachten dat ze het terplekke zouden besterven, gingen de mannen op leven en dood op de vuist. Daarna wilde het nooit meer zo goed boteren. Zwarte Joop en Utrechtse Bertus haakten af; Frits van de Wereld bleef aan Pietje P. hangen en vond in zijn stadgenoot en gabber 'mooie Willem' L. een tweede financier voor het grotere werk: hasjtransporten vanuit Libanon.
'Sportvisserij,
In Volendam werd het uitgeviste Helderse kottertje HD-160 (de Lammie) van schipper Doms Pompert opgetuigd voor 'de sportvisserij', kompleet met robuuste rubberboten. De Lammie werd heel raar 'overtuigd', dat zag iedereen. Bovendien reden de Volendamse uitvoerders van de hasjtrips plotseling in de rondte met wereldwagens. Glazenwasser Krelis Molenaar toerde in 'n Mercedes Sport, en vishandelaar Jac. Stroek had zomaar in ene 'n Jensen Interceptor onder z'n pikbroek. Dorus Pompert en zijn matrozen Henk E. uit IJmuiden en Andries M. uit Den Helder toucheerden 'n tonnetje per trip, en waren daar zeer verrukt mee. Financier Frits van de Wereld ging in die jaren tientallen malen 'op vakantie' naar Cyprus en Libanon. Daar regelde hij aankoop en transport van balen 'Libanese kippenvoer'.
Telefoontaps
Bij de Alkmaarse rijkspolitie zat toen opperwacht-meester Wiebe Boersma, de enige binnen het korps die wist hoe hasjiesj er uitzag. Hij werd coördinator van de jacht op de Volendam Connection, zoals de toenmalige commissaris Gerard Toorenaar het noemde. Twee jaar lang werden de gangen van de heren nagegaan. Banden met telefoontaps van Volendamse gesprekken waren volstrekt waardeloos' want bij 'de kit' was niemand die het koeterwaals kon ver talen... Bovendien werden veel van de Lammie-boodschappen uitgewisseld vanuit een café in Medemblik. Het laatste tripje van de Lammie vond plaats in 1974. Dorus Pompert placht met zwierige krullen (om observeerders een loer te draaien) via Cyprus naar het roerige Libanon te koersen. Als er eenmaal geladen was, stoomde hij in één ruk linea recta op naar Holland, weer of geen weer. Op die laatste reis belandde hij in een vliegende storm en wist met 'n half weggeslagen stuurhut Rhodos binnen te lopen.
Onder het oog van een Nederlandse rechercheur ter plekke droste daar stiekem een lijkwitte passagier, die de thuisreis verder per vliegtuig maakte. Frits van de Wereld. Eenmaal opgekalefaterd gaf Dorus Pompert het kottertje weer op z'n lazer. Ter hoogte van de Golf van Biskaje werd de Lammie door een marinevliegtuig gespot. Vanaf toen had de kotter begeleiding van 'kitvliegtuigjes'; een van de piloten was de broer van commissaris Toorenaar. Ter hoogte van Het Kanaal nam de kruiser Bloemendaal het volgen per radar over. Een schip van de douane voegde zich in de staart.
Maar Pompert pompte voort. In de vroege ochtend van 24 april 1974 liet hij, gedekt door de duisternis, de volgeladen rubberboten naar het strand van Callantsoog varen. Daar bromden drie VW-busjes stationair, die elk 1500 kilo 'kippenvoer' laadden. Opkomend tij dwarsboomde de losoperatie. Bovendien sukkelde er een surveillanceautootje het strand op, denkend dat er een vissersbootje in nood was. Evenals de VW-busjes maakte ook een toevallig daar aanwezige vroege strandwandelaar zich schielijk uit de voeten. Frits van de Wereld. Met zijn nieuwe Mercedes 500 SEC koerste Frits, met naast zich de Amsterdamse caféhoudster Blonde Greet, richting Heusden. In zijn kofferbak lagen 'zomaar' 66 kilootjes hasj, die ergens naar 'een kippenhok' moesten. Het stel werd achtervolgd en nabij Den Bosch aangehouden. Eén VW-bus werd in Volendam achterhaald, de lading er nog in. De andere twee zijn nooit opgespoord.
Er vielen schoten
Intussen koerste de Lammie noordwaarts, achterna gezeten door de kruiser en de douaneboot. Vanuit Den Helder stoomde het fregat 'Holland' op, alsmede twee helikopters en 'n jachtvliegtuig. Er (werd geschoten. Eerst met traangasgranaten, toen een granaat voor de boeg, toen met scherp uit geweren. Pompert ging over op zigzagkoers, en stampte vloekend door. (Een van zijn scheepsmaatjes was gewond. Laat in die namiddag gaf hij de pijp aan Maarten. Op 55 mijl NW van Texel stopte hij de stampende motoren en opende drie afsluiters in de machinekamer. Het achterdek stond al onder water toen de drie mannen met hun koffertje in een rubberboot overstapten. Om entering van de Lammie te voorkomen bleven ze, als volleerde Green Peace actievoerders, naast het kottertje liggen. '( Een helikopter blies de rubberboot daarvandaan, maar het was te laat, de Lammie verdween onder de golven. Aan boord gebracht van het marinefregat, salueerde luitenant ter zee Kernkamp respectvol voor d 'Dolle' Dorus Pompen...
Nadat de Lammie in mei door de marine was gelicht werd er in Den Helder 3200 kilo hasj en 17 beddenkruiken vol hasjolie van boord gehaald. Justitie haalde juichend het NOS journaal erbij, maar ergens in een verhoorkamertje sprak iemand schamper: 'Jullie hebben de kruimels, wij hebben de koekjes.' Frits van de Wereld. (Naderhand is de Lammie via stromannen door dezelfde groep van de Domeinen losgekocht, en hebben de mannen er, onder de naam Lisa, nog veel plezier aan beleefd.)
Dus in feite was ome Frits, die altijd 'pierde en peesde voor zijn vreten', de pionier van de enorme bulktransporten van hasj die later werden verzorgd door mannen als Klaas 'de Dominee' Bruinsma, Charles Zwolsman en Johan 'de Hakkelaar' Verhoek. Na zijn vrijlating bleef hij heel aardig binnenlopen op zijn enorme gokpand Mata Hari aan de Oudezijds Achterburgwal. Ingericht in de voormalige panden van Determeijer. Op de bovenste verdiepingen had Frits met een witkwast de contouren van peeskamertjes uitgezet. Een soort Afrikaanse architectuur die hij aan iedereen liet zien, zodat iedereen dacht: 'Ach, 'n peespand...dat mag.' In werkelijkheid werd het een onderkomen voor de grotere gokkers, onder de dekmantel van Bingovereniging 'Ons Genoegen'. Wanneer de politie eens binnenviel werd razendsnel de altijd aanwezige voorraad van pakkies koek, handdoeken, flessies odeklonje en andere Bingo-prijzen op de tafels gegooid.
Gezellig, gezellig! Via een deal met de toen machtige Chinese broertjes Ang kreeg Frits van de Wereld ook nog een graai in het gokpand Li W ah. Weer kreeg hij één suikerbiet per week toebedeeld. Maar dan van puur goud.
Frits van de Wereld, binnen het milieu goed voor 'veertig a vijftig miljoen', heeft zich altijd low profile voorgedaan. Een gewoon mannetje, dat alsmaar achter de gordijntjes van zijn paleisachtige woning aan de kop van de Zeedijk zat te koekeloeren. Dat hij in Noord-Frankrijk nog een riant buitenverblijf had, dat hij op het Caribische eiland Lucia nog 'iets leuks' had staan...iedereen wist het, behalve 'ome Frits'. Binnenkort zou hij via interviews met een groot landelijk ochtendblad opening van zaken geven. Een fatale astma-aanval op woensdagavond 11 december jongstleden stuurde hem vroegtijdig naar 'een of andere verre kust', om met zijn gabber Jon Bluming te spreken. Met Frits van de Wereld ging een van de laatste der Mohikanen uit een 'eerlijker' tijdsgewricht binnen de Mokumse penoze naar een andere wereld.
Onder: Het huis van de Godfather nr, 43 aan de Zeedijk, vandaar uit gaf hij zijn consult, vanachter het gordijn.