ADAM, Henri-Georges
Frans etser, tekenaar (1904 - )
Ook schilder en beeldhouwer,
* 18.1.1904 Parijs
Hij was een leerling van zijn vader, die goudsmid was . Hij begon zijn loopbaan als etser, tekenaar en schilder van 1930-40, vervolgens wijdde hij zich hoofdzakelijk aan de beeldhouwkunst In 1943 maakte hij zijn eerste beelden bestemd voor het decor van Les mouches van Sartre.
Zijn beeldhouwwerk wordt gekenmerkt door een strakke vormgeving en een krachtige expressie, die hem, ook door zijn originele opvattingen, tot een der grote pioniers van de contemporaine beeldhouwkunst maken. Daarna was hij hoofdzakelijk als beeldhouwer werkzaam, hoewel hij bleef graveren en ook wandtapijten maakte, vrijwel steeds in zwart, grijs en wit. Zijn werk wordt gekenmerkt door eenvoudige lijnvoering en een strenge, naar het geometrische neigende vorm.
Werken: L 'épouvantail (1945), Grand nu (1949), Phare des morts (1957-58; een 60 m. hoog monument in het voormalig concentratiekamp Auschwitz. Daarnaast maakte hij talrijke wandtapijten in zwart, grijs en wit.
Onder:kleuren ets ‘Écueils’ - 1959 – ets 38 x 57 cm.
Werken: L 'épouvantail (1945), Grand nu (1949), Phare des morts (1957-58; een 60 m. hoog monument in het voormalig concentratiekamp Auschwitz. Daarnaast maakte hij talrijke wandtapijten in zwart, grijs en wit.
Onder: Wandtapijt ‘Land uit Water’ De Beyerd, Breda, daarbaast detail van het tapijt
Het moderne Franse wandtapijt is in Nederland goed bekend, heel wat tentoonstellingen werden er aan gewijd, er is veel en enthousiast over geschreven en wel zó, dat de gedachte aan de Franse tapijtkunst bij iedereen een rijke en feestelijke sfeer oproept. Het Franse tapijt is synoniem met warmte, warmte van de wol en warmte van de kleur en de naam van de nog maar onlangs overleden Jean Lurçat is voldoende om ons dat allemaal in herinnering te brengen.
Ik kan mij dus heel goed voorstellen, dat velen ongelovig en bij voorbaat argwanend tegenover een wandtapijt zonder kleur, dat wil zeggen alleen maar in zwart-wit en grijs zullen staan. Zij zullen vrezen, dat zonder kleur die lichtvoetige en warme feestelijkheid niet kan ontstaan. En zij hebben gelijk. Alleen is het niet juist te denken, dat wandtapijten altijd en in de eerste plaats een feestelijke indruk moeten maken. Waarom zouden zij ook? Waarom zou een wandtapijt ook niet andere stemmingen mogen oproepen.
De enige eis die men kan stellen is dat het aan zijn doel - het sieren van een muur - beantwoordt. De ontwerper van dit "kleurloze" tapijt is de Franse kunstenaar - ook graficus en beeldhouwer - Henri Georges Adam (geb. 1904 ) .Sinds 1947 heeft hij al heel wat tapijten in dezelfde kleurstellingen als dat in Breda gemaakt. Naast het zwart en wit gebruikt hij in totaal niet meer dan 7 tinten grijs, samengesteld uit melanges van zwarte en witte wol, en juist het ontbreken van alle kleur geeft aan zijn werk een grote soberheid en ernst. Zijn werk is daardoor wel minder opvallend, maar vermijdt ook de soms wat oppervlakkige en al te gemakkelijke uitbundigheid van veel Franse tapijten. Dit weglaten van de kleur heeft als consequentie dat alle aandacht op de vorm komt te vallen, en niet alleen op de lijnvoering en de compositie van de vlakken, maar ook op de structuur ervan. Daarin komen zijn tapijten trouwens overeen met zijn gravures, die ook zonder uitzondering, uit zwart en wit zijn opgebouwd.
Adams werk, zeker dat van na de oorlog, is geconcentreerd op de weergave van elementaire natuurkrachten. Zijn centrale thema is de natuur als elementaire beweging. In de enkele gravure, die we hierbij kunnen afbeelden, getiteld "Anse de la Torche" - de naam van een stuk van de Bretonse kust - is dat duidelijk te zien,
afb. 9. Hij geeft geen registratie van een landschap, geen objectief verhaal, hij bekijkt niet van buitenaf, maar hij herhaalt - in het door hem gekozen middel van de gravure - het ritme van de natuur zelf: de beweging en de tegenbeweging, de monotonie van eb en vloed maar ook de eindeloze variatie in het spel van het water. De grote vormen zijn eenvoudig maar boeiend en veelzeggend en zij zijn opgebouwd Uit ontelbare, heel fijn gevarieerde lijnen en lijntjes, die in hun structuur het ritme van de hoofdvormen onderstrepen en versterken.
Op dit thema is heel het latere werk van Adam gebouwd. ijn beelden, zijn gravures en zijn tapijten zijn tekens van de krachtvelden van de natuur -primaire vormen als van gestolde steenmassa's en daarin fijne arceringen als de aanduiding van organische bouwstoffen. Het is misschien juist die merkwaardige, maar zo elementaire combinatie van "minerale" en "organische" vormen, die aan het werk van Adam die sobere, ernstige kracht geeft.
Deze vormvastheid heeft dan ook geen kleur nodig. De kleur is voor Adam te subjectief, te persoonlijk -de elementen zijn niet persoonlijk, zij zijn er, onontkoombaar, ondoorgrondelijk, altijd in beweging. De elementen zijn er, onaantastbaar maar tegelijk ook bruikbaar en dienstbaar, voor wie ze weet te hanteren.
Ook in het tapijt voor Breda komt dit thema weer terug. Het bezit alle kwaliteiten van Adams overige werken en in zekere zin heeft het dezelfde hoedanigheden als de elementen, die in dit werk het onderwerp zijn. Het is een prachtig decor voor de wand van een zaal, het dringt zich niet op, het is er. Maar tegelijk is het een wereld op zich voor de geen die kijken wil. Het is vol van een langzame maar onstuitbare beweging van wolken, wind, riet en water. In de reeks van voorschetsen is zichtbaar, hoe dit tot stand gekomen is.
Bij zijn bezoek aan Breda -waarbij ook het langgerekte formaat van het tapijt, een verhouding van hoogte X breedte = 1 X 4 (2,5 X 10 meter) werd vastgesteld - was Adam ook naar de Biesbosch gegaan. Het was niet moeilijk te raden, dat hij zich door dit unieke, bijna prehistorisch aandoende en totaal door de elementen beheerste landschap zou laten inspireren. Bovendien was het een van die herfstdagen, waarop de lucht door een sterke stormwind afwisselend vol wolken en vlak daarop weer schoongeblazen werd - zon,regen en hagel deden het panorama telkens op een heel abrupte en daarom dramatische wijze van stemming veranderen.
Nog op de terugreis naar Parijs maakte Adam zijn eerste schetsen, waarvan wij er hier enkele van de in totaal dertig stuks kunnen afbeelden.
De eerste drie zijn tamelijk directe weergaven van zijn eerste indrukken, in die van afbeelding spelen de hoge schoorstenen van de Amercentrale een rol in de bebakening van de horizon, in de tweede is het riet op de voorgrond het tegenspel van de zonnestraling boven de zwarte streep van het water, dat het voornaamste motief vormt. In de derde schets zijn vooral de toonwaarden - de nuanceringen tussen zwart en wit -het onderwerp van een overigens strakker geconstrueerd herinneringsbeeld -
Het is heel boeiend om te zien hoe Adam in deze eerste reeks de dominanten van het geziene landschap probeert af te tasten - Hij is daarbij eigenlijk heel waarheidsgetrouw, hij vindt nog niets uit. Daarna laat hij het werk even liggen - om dan in een nieuwe reeks te gaan zoeken naar de motieven, die voor hem de herinnering kunnen samenvatten. Nu begint dus het eigenlijke ontwerpen: het denken vanuit twee werkelijkheden, namelijk die van het geziene landschap en die van het te ontwerpen wandtapijt.
In de schets van afb. 4 probeert hij de verwerking van een vogelmotief -vliegend, gezien vanuit verschillende standpunten -tegen de achtergrond van wat we zouden kunnen noemen de kaart van een waterlandschap. In de daarop volgende schetsen (niet afgebeeld) behoudt hij wel dit motief, maar reduceert het tot één enkel teken, dat ook in het definitieve ontwerp zal terugkeren. In een kleine reeks van vijf tekeningen, die daarna komt (waaruit afb. 5) vindt hij een tweede vorm, die voor hem veelzeggend genoeg blijkt om ze in de latere ontwerpen te bewaren. Het is de zware, statige vorm, die bijna rechts te zien is.
En tenslotte maakt hij dan nog een reeks structuurschetsen (afb. 6), waarvan hij motieven zal overhouden voor de grote zeilende vormen, die aan de linkerzijde van het tapijt te zien zijn. Tot zover de vingeroefeningen - het combineren van observatie en uitvinding.
Daarna de definitieve ontwerpen, vier in getal (waarvan twee hier afgebeeld, afb. 7 en 8) , omdat ook dan voor hem het aantal mogelijkheden nog lang niet is uitgeput. Hijzelf heeft een sterke voorkeur voor het ontwerp van afb. 8, maar stelt voor om de middenpartij nog iets lichter te maken. In het carton - het ontwerp op ware grootte dat de weefsters als voorbeeld moet dienen, - komen deze veranderingen tenslotte tot stand, met bovendien nog een veel ingewikkelder structuur van het riet op de voorgrond. Wanneer het tapijt tenslotte gereedgekomen is vertoont het dezelfde combinatie van eenvoud en gecompliceerde structuur, die wij ook in zijn overige werk (vergelijk de gravure van afb. 9) hebben gevonden. De vormen zijn overzichtelijk, zowel in hun samenstelling als in hun betekenis maar blijven boeien, omdat zij zijn ingebed in een fijne nuancering van grafische details en grijswaarden. Een voortdurend doorgaande beweging wordt opgeroepen en in stand gehouden, omdat door de verschillen in vormgeving en vormbehandeling een ruimtelijkheid van voor en achter elkaar heenschuivende vlakken wordt gesuggereerd. De sterke verticalen in het midden remmen deze beweging af tot een statig drijven, maar kunnen haar niet geheel stopzetten.
Adam noemde zijn tapijt "Terre d'Eau", Land uit Water. Zijn inspiratie kreeg hij in Nederland en zijn tapijt vertoont ongetwijfeld die ruime horizon en de wijde lucht van het Hollandse landschap. Toch blijft het in zijn wil tot ordening en heldere formulering een zuiver Frans werk en verloochent nergens zijn maker, die ook in dit tapijt zijn eigen thema heeft weten te realiseren.
Drs. Th. VAN VELZEN, Directeur Cultureel Centrum "De Beyerd", Breda.
2,5 X 10 meter, 1962, de Beyerd, Breda. Zwart-witte afbeeldingen: 1 t.m. 6 schetsen voor het tapijt; 7 en 8 twee van de vier definitieve ontwerpen; 9. Henri Georges Adam, Anse de Ia Torche, gravure, 106 X 75 cm, 1956/'57.
Ook maakte deze kunstenaar nog een aantal beelhouwwerken:
Links: “Drie zeilen” gegraveerd brons (1959)
Daarnaast ”De Zwaardkling” Parijs Nationaal Museum voor moderne kunst.