ADAD
De god van storm en onweer bij de oude Babyloniërs; werd vereenzelvigd met den ouden Sumerische onweersgod Isjkoer of Immer.
In de vorm Adad of Hadad is deze god West-Semietisch ; vooral vereerd door de Arameeërs en ook in Kanaän (bij voorkeur onder de naam Baäl, d.i. "de Heer" en vereenzelvigd met de Syrisch-Hethietische god Tesjoeb en met Amoerru, de stamgod van de Amorieten. Zijn bijnaam, waardoor zijn eigenlijke naam Adad liefst vervangen, wordt, is Ramman "de Donderaar". Zijn heilig dier is de jonge stier (het stierkalf), waarop hij staande wordt afgebeeld; zijn heilig getal is zes.
Lil.: H. Schlobies. Der akkadische Wettergot in Mesopotamien , (Milteil. d. altorient. Gesellsch. I. 3) 1925; E. Ebeling, ReaIlexikon d. Assyriol. I.22 ff.; G. Furlani, La religione babilonese e assira I blz. 227 v.v. (1928).