ACKET, Paul
organisator North Sea Jazz (1922-1992)
* 1922 - † 9.10.1992
Boven: Paul Acket met Tony Bennet 1992
Hij overleed op 69-jarige leeftijd en is gisteren in besloten kring is begraven, was deze zomer al zo ziek dat hij niet meer zelf aanwezig kon zijn bij het zestiende North Sea Jazz Festival. Maar op zijn ziekbed leefde hij nog intens mee met het evenement, dat nu grotendeels door zijn naasten was georganiseerd, en: hij instrueerde de medewerkers van zijn bedrijf dat ook het derde Jazz Mecca in Maastricht, eind deze maand, gewoon door moest gaan, wat er in de tussentijd ook met hemzelf zou gebeuren. Hij stierf in de wetenschap dat zijn geesteskinderen in veilige handen waren.
Als negentienjarige lyceumleerling in Hilversum wierp Acket zich in 1941 al op als promotor van de muziek die hem het meest dierbaar was. Hij organiseerde zijn eerste concerten (met de Swing Papa's en het orkest van Boy Edgar.) in Gooiland, tot dat door de bezetting niet langer mogelijk was. Na de oorlog nam hij een kantoorbaantje aan, maar bleef concerten organiseren en schreef stukjes over jazz en swing in het populaire blad Tuney Tunes. Toen de uitgever van dat blad hem vroeg als redacteur in vaste dienst te komen, stelde Acket als voorwaarde dat hij dan ook een gespecialiseerd jazzblad mocht oprichten. Dat werd Rhythme. Na een reeks conflicten over de redactionele koers stapte hij in 1955 op en zette, met het geld dat hij als manager van de Dutch Swing College Band had verdiend, een eigen blad op voor populaire muziek.
Muziek Expres begon als onaanzienlijk krantje met nieuwtjes over de Ramblers, de Sky-masters en andere radio-orkesten uit die tijd. Het blad werd pas een succes toen Acket zich op de ontluikende tienermarkt ging richten en, als eerste, glansfoto's begon af te drukken van idolen als Elvis Presley en Cliff Richard. Begin 1966 was hij als marktleider in staat om Tuney Tunes van zijn ex-werkgever op te kopen. Ook met zijn impresariaat, dat tot dan toe alle nieuwe Amerikaanse jazzstromingen naar Nederland had gebracht, verlegde hij de koers naar de popmuziek. Wie hem beschuldigde van verraad aan zijn favoriete genre, kreeg te horen dat hij die tienermuziek "best leuk" vond en dat met jazzconcerten nu eenmaal geen droog brood meer te verdienen was.
Maar toen hij in 1975 zijn uitgeverij voor een miljoenenbedrag aan de VNU wist te verkopen, stelde die opbrengst hem in staat op een leeftijd dat anderen aan hun pensioen gaan denken, een monument voor de muziek van zijn eigen generatie op te richten. Het eerste North Sea Jazz Festival werd gehouden in 1976, met 9000 bezoekers in vijf zalen van het Haags Congresgebouw. Vanaf het begin was hij, als geen ander, in staat op voet van gelijkheid te onderhandelen met de Amerikaanse agents.
Hoewel zijn vrouwen zijn dochters geestdriftig in de zaak-aan-huis meewerkten, sprak hij vaak zorgelijk over een tijd dat hij er niet meer zou zijn: wie moest dan die hondsmoeilijke onderhandelingen voeren?
Met zijn onafscheidelijke sigarettenpijpje en dat onverzettelijke hoofd, sinds een spieraandoening scheef op de schouders, was Paul Acket jaar in jaar uit de rots in de branding. Ruimhartig gaf hij gehoor aan diverse verzoeken om naast de gevestigde namen ook de avant-garde en mengvormen van jazz, rock en rhythm & blues een podium te geven. Nooit was hij te betrappen op het uitspreken van persoonlijke voorkeuren binnen dat brede spectrum. "Goeie muziek is goeie muziek," sprak hij diplomatiek. Hij groeide uit tot een alleenheerser, die drie jaar geleden ook een festival in Maastricht begon en er sindsdien bovendien in slaagde het concurrerende Drumfestival in Amsterdam over te nemen. Dat de jazz in Nederland de laatste jaren via zulke festivals weer een breed publiek trekt, is voor een belangrijk deel aan Paul Acket te danken.
Zijn medewerkers hebben aangekondigd over enkele weken nadere mededelingen te zullen doen over "de voortzetting" van de drie festivals. Dat klinkt vertrouwenwekkend; doorgaan is de beste manier om Acket te gedenken.
Door Coos Versteeg
Jazzconcours warmt North Sea-gangers op.
Den Haag - Een nieuw jazz concours onder de naam Dutcn Jazz Competition moet Den Haag al vandaag in de ban brengen van het jaarlijkse North Sea Jazz festival Het concours op de Grote Markt in de Haagse binnenstad geldt als finale van eenwedstrijd die al in februari aanving.
Zes talentvolle jazzgroepen zullen strijden op het bulten podium om de eerste plaats. Daarbij gaat het om de Martien Ostergroep, de Gebroeders Kromhout, Willem Heilbreker quintet, Jamesz. The Logan, Hulthingroup en Saxion V. Zij kunnen zich via het concours in de kijker spelen en maken kans op een geldprijs van 10.000 gulden. North Sea Jazz is vrijdag, zaterdag en zondag in het Nederlands Congres Centrum.
De directeur van North Sea Jazz zwijgt afwachtend, alsof hij niet weet of hij de stelling dat hij het nieuwe gezicht is vari het festival na Paul Acket (1922-1992) nu moet tegenspreken of beamen. "Paul Acket is mijn grote leermeester geweest," reageert hij dan. "Hij was een heel bijzondere persoonlijkheid met soms geniale ideeën. North Sea is toch een geniaal idee geweest? Ik heb verschrikkelijk veel van Paul geleerd".
Vanaf het tweede festival was Theo erbij, begonnen als zaalassistent. Voordien werkte hij ook al voor het impresariaat van Acket en voor diens blad Muziek Expres. "In het begin deed Paul North Sea Jazz met een paar man en een secretaresse op de zolder van zijn huis. De eerste stap naar een professionelere opzet is eigenlijk pas gedaan toen zijn vrouw Jos zich met de zakelijke kant ging bezighouden. Stap voor stap kwamen er steeds meer freelancers bij en zo is het gegroeid. Pas in 1990 zijn we naar een eigen kantoor verhuisd, pas toen kwamen er mensen in loondienst."
In die tijd kwamen er nieuwe ontwikkelingen. Paul Acket kreeg de organisatie van het Drum Rhythm Festival erbij en zette een jazzfestival op in het Maastrichtse MECC. Het personeel moest immers het hele jaar door werk hebben en dankzij dat personeel was het nu ook mogelijk meer zaken aan te pakken. Theo van den Hoek kwam samen met programmeur Paul Dankmeijer in het managementteam. De editie '92 maakte Paul Acket nog vanaf zijn ziekbed mee; drie maanden later overleed hij.
Aanvankelijk zag het ernaar uit dat de familie Acket, echtgenote Jos en de dochters Karin en Madelon, het festival samen met Theo en Paul Dankmeijer zouden voortzetten. Maar na de editie '93 werd North Sea Jazz overgedaan aan concertorganisator Mojo.
"Ik denk dat het een goede beslissing is geweest," zegt Theo van den Hoek nu. "Er brak toch een andere tijd aan. Sponsoring ging steeds belangrijker worden, de VIP-arrangementen, het business to businessgedoe. Paul Dankmeijer en ik zaten destijds niet in de verkoop inbegrepen, wij hebben apart over onze positie onderhandeld. Ach, wat Leon Raaijmakers (destijds eigenaar/directeur van Mojo, CV) toen heel goed heeft gezien, is dat North Sea Jazz een geheel zelfstandig onderdeel van Mojo moest blijven. Zelf heeft hij geen enkele affiniteit met jazz. Dat betekent dat we met een klein team zelf het festival organiseren."
"Iedereen dacht dat wij meteen de Backstreet Boys en dat soort dingen naar het festival zouden halen. Nee dus. Natuurlijk veranderen er dingen. Maar als Elvis Costello optreedt, ooit een punker en een heel lastig artiest waar Paul Acket gek van werd dan komt het omdat Elvis Costello is veranderd, jazzmuziek maakt.
Datzelfde geldt voor Brian Ferry. North Sea is altijd sterk geweest in het opzoeken van grenzen. Paul Acket kreeg in het begin kritiek toen hij bluesartiesten programmeerde en helemaal toen hij met jazz-rock kwam."
Inmiddels is North Sea al twee keer van eigenaar veranderd. Mojo werd grotendeels opgekocht door het Amerikaanse entertainmentbedrijf SFX, dat vervolgens weer werd overgenomen door Clear Channel, een onderneming met eigen radiostations. Het heeft Theo van den Hoek, die zelf aandeelhouder was geworden, geen windeieren gelegd, maar hij weet nauwelijks wie de Amerikaanse baas eigenlijk is.