ACKET, Karin
North Sea Jazz
Thuis stond alles in het teken van North Sea, menige jazzlegende heeft de kleine Karin nog op de knieën genomen. Tegen ieders verwachting trad zij niet in de voetsporen van haar vader Paul Acket. Na zijn dood organiseerde zij één keer nog zelf het festival, toen nam Mojo Concerts het over. 'Het was emotioneel zeer belastend.
De eerste keer dat Paul Acket een jazzband in Hilversum liet spelen had de deftige burgerij het over Hottentottenmuziek. Swing was toen nog van vóór de beschaving. Volgend weekend wordt in Den Haag het twintigste North Sea Jazzfestival gehouden. Een jubileum met een rouwrandje. Paul Acket is inmiddels overleden en de familie is vorig jaar uit het grootste jazzfestival ter wereld gestapt, Impresariaat Mojo Concerts heeft het overgenomen.
Karin Acket spreekt van een opluchting. 'Na de dood van mijn vader heb ik zelf nog een keer North Sea georganiseerd. Het was emotioneel zeer belastend. Ik werd continu met mijn vader geconfronteerd. Iedereen verwachtte dat ik in zijn voetsporen zou treden. Dat kon natuurlijk niet en dat wilde ik ook niet. Mijn vader was een heel bijzondere man. Er waren ook zakelijke overwegingen om ermee te stoppen. In drie dagen wordt beslist over het werk van een heel jaar , dat is toch raar .Zo'n festival is een miljoenenrisico. Het hele familiebezit dient als onderpand. Jazz is leuk, maar ik laat mijn moeder niet uit haar huis zetten voor één slechte zomer. Als ik ermee door was gegaan had mijn moeder zich nooit van North Sea kunnen losmaken. Nu kan ze de rest van haar leven nog een beetje genieten.
Trots zegt ze: 'Op een gegeven moment is North Sea publiek eigendom geworden. Het ging zo hard dat het festival uitgroeide tot een nationaal monument. Mijn moeder en ik beseften ten volle dat de exclusieve autoriteit over het evenement ons niet meer toebehoorde. Stoppen met het festival zou betekenen dat we bij wijze van spreken half Nederland over ons heen kregen. North Sea hoorde bij Nederland zoals het filmfestival in Rotterdam of het Holland Festival bij Nederland hoort. Dan kom je als kleine ondernemer onder een enorme spanning te staan.'
Het jaar dat de 33-jarige dochter van de jazzgeneraal het festival beheerde was een succes. Uitverkocht. Maar de tijden zijn grillig en musici staan tegenwoordig op hun wel erg dure strepen. 'North Sea is een privé-onderneming met een eigen kantoor en vaste medewerkers. Twintig jaar traditie verplicht. Zo'n organisatie als Mojo kan beter tegen een stootje als het eens een jaar wat minder is. En ook: ik had te weinig kennis van de inhoud. Ik stond alleen voor het management en kon me niet genoeg verdiepen in de artistieke uitdagingen. Terwijl het succes van een festival berust op de programmering, op de harmonie tussen verschillende muziekstijlen. De basis om het levenswerk van mijn vader te continueren was te wankel.'
Ze werd ook een beetje gek van de riders, de aanvullingsaktes bij de contracten van de artiesten. 'Hele boekwerken waren dat. Je kunt het niet verzinnen. De ene artiest wil een chique diner op vrijdag, een vegetarische maaltijd op zaterdag en een ijsbuffet op zondag. Een ander laat weten dat hij alleen maar zwarte handdoeken wil en als het effe kan ook graag zwarte lakens op bed zou hebben. Je krijgt hele lijstjes vol met champagne- en whiskymerken of wijnen van een uitgelezen château. Sommige artiesten willen niet in het hotel van hun band slapen. Anderen eisen een suite met aparte slaapkamers, of stoeltjes en krukjes van een bijzondere kwaliteit. Het houdt niet op. Nee, voor drugs en meisjes zorgen ze zelf. Die zijn in Den Haag ook niet moeilijk te vinden.
Mijn vader kwam die buitensporige wensen vooral tegen tijdens de popconcerten. Dat is een van de redenen waarom hij met pop is opgehouden. Maar jazzartiesten zijn vandaag ook halve popsterren geworden. Zij willen evengoed op hun wenken worden bediend.'
In de categorie 'absurde wensen' horen in elk geval die van zangeres Nina Sirnone. Zij wilde alleen naar North Sea komen als ze dag en nacht de beschikking had over een gynaecoloog. Niet dat ze zwanger was of aan een welbepaalde kwaal leed. Zoals sommige artiesten om een bodyguard vroegen, wilde zij een gynaecoloog. Zomaar, 'Ach,' zegt Karin, 'ik heb een aantal vrienden van mijn vader opgezocht voor het boekje dat ik heb gemaakt over zijn leven en werk. Ofschoon ik het wereldje al jaren kende, ben ik toch nog geschrokken van al die gekke anekdotes. Wat Nina Sirnone betreft, die vrouw had een drankprobleem. Mijn vader heeft ook een tijd lang last van de alcohol gehad. Op een gegeven moment is hij bij de AA gegaan. Hij heeft voor zichzelf de keuze gemaakt: dan maar helemaal niks. Ik herinner me nog dat hij op een avond zijn probleem met mij en mijn zus besprak. Dat vond ik heel sterk.
Karin Acket is zoals haarvader: bescheiden, verlegen, een mens van de achtergrond. Het liefst zwijgt en lacht ze. Persoonlijke vragen missen op een of andere manier altijd hun doel. 'Je zult in de kranten weinig foto's tegenkomen waarop mijn vader staat te pronken naast een of andere artiest. Daar heb ik van geleerd. 'Ze doet me denken aan Toots Thielemans, de virtuoos van goddelijke klanken die zich bijna verontschuldigt dat hij ademt. Bang als hij is voor het persoonsgebonden karakter van succes.
'Ik weet wel dat mijn vader in de media als de oervader van North Sea werd beschreven en bejubeld, maar hijzelf zag dat anders. Voor hem lag het primaat bij de artiesten en bij het publiek. Wat is nu een persoonlijke signatuur in het leven? Als er zeventigduizend mensen naar het jazzfestival in Den Haag komen is er sprake van een fenomeen. Dat overstijgt de uitstraling van één man of vrouw. Het succes van zo'n organisatie gaat dan een eigen leven leiden. Natuurlijk, mijn vader was een meester in de programmering. Hij zorgde altijd voor de perfecte mix tussen grote publiekstrekkers en nieuwe trends. Hij zocht naar een mozaïek van stijlen. Maar door de jaren heen zag je dat steeds meer mensen niet alleen voor de muziek maar ook voor de gezelligheid naar North Sea kwamen. Het festivalpubliek was al even contrasterend als de muziek.
Mensen in smoking, punkers, ministers en notabelen, bouw- vakkers en studenten, het liep in de dertien zalen allemaal vrolijk door elkaar .
Jazz is eerst ambiance en dan kunst. 'Mensen lopen soms helemaal gestrest omdat ze niets willen missen. Ze rennen van het ene gebouw naar het andere paviljoen om op de eerste rij te kunnen zitten. Ja, North Sea heeft zowat alle grote jazznamen gehad. Ook dat heeft te maken met de unieke sfeer. Het heeft iets van een commune. Artiesten die naar North Sea komen, kunnen met hun vrienden, muzikanten samen op de bühne staan, hebben drie dagen de tijd om in het hotel weer eens bij te praten of muzikale experimenten uit te wisselen.
En dan is er het publiek, dat altijd voor een grote wisselwerking zorgt. In Den Haag vibreert de muziek door de zaal. Daar zijn jazzmusici gevoelig voor. Pop is veel afstandelijker.
Den Haag mag blij zijn met North Sea, zegt ze. 'Er is laatst nog een rapport verschenen waarin de economische uitstraling van het festival voor Den Haag en omstreken haarfijn uit de doeken wordt gedaan.
Je kan inderdaad spreken van een substantiële toegevoegde waarde. Al die festivalgangers blijven algauw een weekje rondhangen in Den Haag en Scheveningen. Daarom: voor de subsidie van de gemeente hoeft de organisatie zich beslist niet te schamen. Tot voor enkele jaren was er ook een subsidiepotje bij WVC, maar dat is door mevrouw d'Ancona opgedoekt. Een pijnlijke ingreep voor mijn vader. Niet omdat hij op dat geld zat te wachten, vooral omdat hij het als een gebrek aan waardering ervoer.
Paul Acket hield tot aan zijn dood kantoor aan huis. Menige jazzlegende heeft de kleine Karin op de knieën genomen. De herinnering is vervaagd, verdrongen misschien. Altijd vreemde mensen in huis is voor een kind ook een hel.
'Zo heb ik dat niet ervaren. Natuurlijk stond thuis alles in het teken van het festival. Maar de suggestie dat er daardoor te weinig liefde in mijn jeugd zou zijn geweest, wijs ik af. Mijn vader heeft altijd een beetje oud uiterlijk gehad, maar de muziek hield hem jong van geest. Hij heeft, samen met mij en mijn zus, de hele punkperiode meegemaakt. Met een open mind. Het is geen toeval dat hij als eerste de Rolling Stones naar Nederland heeft gehaald. Ook al was ik als kind geen echte jazzfreak, ik was best trots op het festival. Dan dacht ik: goh, al die mensen die zijn gekomen en dat dit allemaal bij ons thuis is bedacht.'
Dat haar vader nu zelf een legende is geworden, is een kwalificatie die ze voor rekening van anderen laat. Haar herinneringen zijn van een ander formaat: kleiner, kwetsbaarder.
'Een half jaar voor zijn dood is mijn vader nog met mij naar Konstanz gereden, aan de Duits-Zwitserse grens. Hij wilde me het plaatsje laten zien waar hij de oorlogsjaren had doorgebracht. Gedwongen tewerkgesteld bij een fabriek in Duitsland, vond hij na een geslaagde vluchtpoging, onderdak bij het Stadttheater van Konstanz. Daar ging hij aan de slag als toneelknecht. Het is een goeie tijd voor hem geweest. Toch liet de oorlog hem niet los, hij vertelde er vaak over. Die avondvertellingen eindigden meestal in een intense zwijgzaamheid. De manier waarop mijn vader soms een hele tijd niets zei, was zeer imponerend. Hij zat daar dan met het eeuwige sigarettenpijpje te luisteren naar stemmen die wij niet konden horen. Ik denk wel dat hij een man met geheimen is geweest, ja.'
De dood was aangekondigd: longkanker. 'De laatste dag van zijn leven zal ik niet gauw vergeten. Het was zondag. Vader kon niet meer liggen of zitten, zo erg was hij er aan toe. Het was de avond van de Bijlmerramp. Ik zat naast zijn bed. Nu eens keek ik naar de waanzinnige beelden in de Bijlmer en dan weer naar het totaal vermagerde gezicht van mijn vader. Ik was verscheurd tussen twee dodenmaskers en wist opeens niet meer wat het verschrikkelijkste was. Switchend van dood naar dood, zo zat ik daar. Die laatste nacht heb ik naast zijn bed op de grond doorgebracht. De volgende dag is de dokter gekomen. Vader had zelf aangegeven wanneer het voor hem genoeg zou zijn.
'Ik denk niet dat hij bang voor de dood was. Hij sprak er heel openlijk over. Op zijn ziekbed heeft hij nog de programmering voor het volgende festival geregeld. Mensen die op bezoek kwamen begrepen dat niet. Hij was een Bourgondiër, gek van eten, vooral van kaviaar .De laatste dagen van zijn leven heeft hij alle restaurants gebeld waar hij ooit lekker getafeld had. Hij zei: het spijt me dat ik niet meer kan komen, nogmaals bedankt voor de fijne maaltijden die ik bij jullie heb genoten. Tot het laatst is hij blijven roken.'
Karin Acket heeft voorlopig afscheid genomen van de muziek. Na haar studies is ze in de film gegaan. Met Rilde van Oostrum werkt ze aan een documentaire over de Koningscollectie. 'Ik ben ook nog met een operafilm bezig. Van mijn ouders heb ik geleerd wat passie is. Ja, die passie kan ik kwijt in het organiseren.
Ik sta aan de productiekant van de film, daar ligt mijn talent, daar voel ik me het scherpst aangesproken op mijn hang naar perfectionisme. Organiseren en produceren kan even creatief zijn als de puur artistieke invulling van een project.'
De pionierstijd van haar moeder zal ze niet meer kunnen inhalen, dat is jammer. 'De strijkplank was het eerste bureau van mijn moeder. Dat kom je vandaag niet meer tegen.' Ze houdt van verre reizen. 'Vier jaar geleden was ik in Vietnam. Ik heb er gezien hoe de loopgraven van de oorlog nu worden geëxploiteerd als toeristische attractie. En zo vriendelijk als die mensen waren, vooral tegen Amerikanen. Dan ga je wel effe nadenken over de zogenaamd heilige idealen en principes. ,
Of liefhebbers van jazz verlichte geesten zijn, vraag ik. Ze lacht. 'Dat gaat wel heel ver, hè. Mensen zijn mensen. ' Dat ene jaar dat ze zelf in de regiekamer van North Sea stond, is ze veel wijzer geworden over het menselijk gedrag. 'Artiesten die de dag van de opening van het festival laten afbellen, daar sta je dan. Dan moet je improviseren. Ach, wat is fatsoen in deze wereld?' Uit de getuigenissen van vrienden heeft ze geleerd dat haar vader heel ver kon gaan in de tolerantie. Soms stond hij midden in het strijdgewoel voor de kassa. 'Ruud Kuyper vertelde me over een incident in De Doelen. Woedende fans van Miles Davis eisten daar hun geld terug omdat de tengere trompettist hen, naar eigen zeggen, had besodemieterd. In plaats van het zo vertrouwde Autumn Leaves, om nog maar niet te spreken van Stella by Starlight, klonk daar in de grote zaal een snoeihard en hevig dreunend soort jazzrock. Het grootste deel van de toehoorders ontvluchtte met de vingers in de oren de bijna waanzinnige mengeling van stampende en gierende geluiden. Die meneer Davis, met zijn broek van slangenleer, met zijn afrokapsel, zijn enorme donkere bril en zijn gifgroene trompet met pedaal, dat kon helemaal niet. De gekwetsten hadden betaald voor een jazzfestival, niet voor een gekkenhuis. Het scheelde niet veel of mijn vader had klappen opgelopen. Toch wist hij de boel te sussen. Ik ben blij dat ik nooit voor zulke hete vuren heb gestaan.'
Zeker, ze gaat dit jaar naar het festival. ' Als een vrij mens. Slenteren door de zalen, geen verantwoordelijkheid, geen paniek, geen stress. Mijn moeder heeft besloten dat ze ook weer komt. Vorig jaar kon ze het nog niet aan. Toen is ze voor het festival op vakantie gegaan naar Groenland en IJsland. Natuurlijk worden we straks weer emotioneel aangegrepen door de herinnering aan vader. Maar ik ben zeker dat hij meeluistert. En het is goed te zien dat de twintigste uitgave van North Sea nog steeds volle zalen trekt. De aanwezigheid van een massa vrolijke mensen is uiteindelijk de mooiste hommage. ' .