ACQUOY
of ACKOY (Geslacht van)
Zijtak van de heren van Heukelom uit het geslacht van Arkel.
Een kleinzoon van Otto I, heer van Heukelom en Esperen, eveneens Otto genaamd, kocht in 1371 van Godfried van Loon-Heinsberg het huis en de heerlijkheid van die naam, thans een dorp aan de Linge in de gemeente Beesd (Gelderland). Zijn nageslacht, dat in de loop van de 15de eeuw uitstierf, voerde afwisselend de naam Acgnoy al of niet in combinatie mel die van Heukelom.
Reeds in 1417 verkocht Jan van Heukelom, kleinzoon van de koper, de heerlijkheid aan heer Hubrecht van Culemborch. Zijn oom Walraven van Heukelom van Acquoy had uit zijn huwclijk met jahanna van de Merwede een zoon, die trouwde met Catharina, bastaarddochter van de elect van Luik, jan van Beieren. Walraven, een zoon uit dit laatste huwelijk, had slechts twee dochters. Otto's zuster Wilhelmina van Acquoy, die in 1426 was getrouwd met Gijsbert Pick, raadsheer van de hertog van Gelre en thesaurier van Holland, werd als erfgename van haar neef Jan van Heukelom, laaIste heer van Acquoy, in 1428 beleend met het Westerholt en het Blauwe Huis te Beesd.
Twee van haar bastaardbroers werden eveneens met goederen bedeeld te Beesd. Aan het begin van de 16de eeuw verdween de naam van Acquoy.
Wapen: in zilver twee beurtelings gekanteelde dwarsbalken van keel, vergezeld van een windhond van sabel in het schildhoofd