Personal tools
You are here: Home A Achi ACHTERBERG, Gerrit
Navigation
Sponsor Links
test
 
Document Actions

ACHTERBERG, Gerrit

by admin last modified 2006-06-18 12:39 AM

Nederlands dichter (1905-1965)

* 20.05.-1905 Langbroek  -  † 17.1.1965, Leusden

Hij was van calvinistische boerenafkomst, enige tijd werkzaam als onderwijzer, maar wijdde zich na de jaren 30 geheel aan zijn dichterschap.

Zijn eerste gedichten (vooral liefdesgedichten) bundelde hij samen met die van zijn jeugdvriend Dekker in De zangen van twee twintigers (1924),maar zijn officiële debuut maakte hij in 1926 in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift met Strophen I, II en III, later gebundeld in Afvaart (1931). De gedichten vielen op door hun vrije bouw en origineel taalgebruik, een eerste stap op weg naar de moderne poëzie. In de acht jaren voor het publiceren van zijn tweede bundel Eiland der ziel (1939) vond een tragisch voorval plaats: in 1937 doodde hij in een hooglopend conflict zijn hospita, waarvoor hij op grond van zijn psychische structuur ter beschikking van de regering werd gesteld.

Het zgn. centrale thema in Achterbergs poëzie: het in zijn  gedichten oproepen van een gestorven  geliefde, is veelvuldig in verband gebracht met dit drama.

De juistheid hiervan moet echter worden betwijfeld, omdat het slachtoffer zijn geliefde  niet was èn omdat hij dit thema al in Afvaart (1931) gebruikte. Ook zijn gedichten na 1939 worden door dit hoofdmotief geken-merkt. Vooral de thema's  van het schuldgevoel, het tot leven wekken van de dode en de hereniging met de dode treden hierin sterk op de voorgrond.

Met name sommige sprookjesmotieven  leenden zich hier uitstekend voor  (Doornroosje, 1947; Sneeuwitje, 1949).

Achterberg bedient zich in zijn gedichten vaak van termen uit de technisch-wetenschappelijke wereld (Osmose, 1941, Radar, 1946, Energie, 1946), waarmee hij een brug wilde slaan tussen  zichzelf, zijn 'ik' en de verloren andere.

In zijn latere werken treedt een grotere gevarieerdheid van thema's op en krijgen ook 'gewonere' onderwerpen de  aandacht (Ode aan Den Haag, 1953; Autodroom, 1954), Achterberg wordt algemeen beschouwd als een van  Nederlands grootste dichters, wat ook tot  uitdrukking kwam door het feit dat hij als  eerste dichter in 1950 werd bekroond met de P.C.Hooftprijs. In 1959  ontving hij ook de Constantijn Huygensprijs.

Achterberg heeft met zijn poëzie grote invloed uitgeoefend op de jongere  dichters. Zijn werk is in verschillende talen vertaald, o.a. in het Spaans en het Frans. Achterberg bracht zijn werk zeer regelmatig bijeen in verzamelbundels die hij Cryptogamen noemde: Cryptogamen (1946), Oude Cryptogamen (1951), Cryptogamen III (1954) en Cryptogamen IV (1961), Deze 4 delen werden in 1963 samengevoegd in Verzamelde  Gedichten.

Andere werken:

Eurydice  (1944), Limiet (1945), En jezus schreef in 't zand (1947), Hoonte (1949), Ballade van de gasfitter (1953), Voorbij  de laatste stad (1955), Spel van de wilde jacht (1957), Vergeetboek (1961); Blauwzuur (1969, posthuum),

Literatuur:

F.Sierksma e.a., Commentaar op Achterberg (1948)

R.P.Meijer, Contribution to the study of the poetry of G.Achterberg (diss.1958); De Gids (1962), 3; Maatstaf 1964, 10-11; W.Hazeu, Dichter bij Achterberg (1965, met bibl.); B.Bakker e.a. Nieuw  komentaar op Achterberg (1966); A.F.Ruitenberg-De Wit, Formule in den morgenstond (1968)


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004