ACHMÁTOVA, Anna
Russische dichteres (1889=1966)
pseud. van Anna Anrejevna Gorenko
* 11 (23) -06-1889, Kiev - † 15-3-1966.
Links: portret van P.V.Koezma Sergejevitsj (1822) – Leningrad Russisch Museum
Als dochter van een marineofficier studeerde zij rechten en letteren in Kiev en Petersburg. In 1920 trouwde zij met de dichter Goemiljov, van wie zij in 1919 scheidde. Ze behoorden samen tot de Akmeïsten, een Russische realistische dichters-school, die in 1912 was opgericht.
In de periode van 1912-1921 publiceerde zij vele gedichten, waarvan zij haar grote roem, ook na haar dood, te danken had, o.a. Avond (1912), De rozen-krans (1914), De witte zwerm (1917), Weegbree (1921). Hierna liet zij op poëziegebied weinig meer van zich horen. Wel schreef zij twee studies over de Russische dichter Poesjkin (1933), (1936) en vertaalde zij o.a. Koreaanse poëzie. De vrijheid van uiting is in de USSR vooral voor schrijvers zeer beperkt en Anna Achmatova kreeg, na een korte periode van grote uitingsmogelijkheid (1940-46), een schrijfverbod opgelegd tot 1950.
Op 8 november 2000 heeft men in Moskou een monument gekregen. Op de binnenplaats van een appartementen complex, waar Achmatova van 1934 tot 1963 woonde, is een beeld geplaatst van de beeldhouwer Soerovtjev