President
van Nigeria van 1993-1998.
"God
zij dank, de schurk is dood". Een oppositionele advocaat uit Lagos, Gani
Fawehinmi, suggereerde gisteren spontaan het grafschrift voor generaal Sani
Abacha, de sterke man van Nigeria. In Washington formuleerden
offici�le woordvoerders het, althans voor diplomatieke
begrippen, nauwelijks subtieler.
Mike
McCurry, de woordvoerder van het
Witte Huis, meldde dat de VS 'kennis had genomen' van Abacha's plotselinge
overlijden, en sprak de hoop uit dat met
diens dood een einde is gekomen aan
'een afschuw-lijke periode' uit de Nigeriaanse geschiedenis.
De
Britse minister van Buitenl. Zaken, Robin
Cook, zei namens het
voorzitterschap van de Europese Unie: 'Hopelijk baant de dood van generaal Abacha voor Nigeria de weg naar
democratie'. De heren hadden
niet duidelijker kunnen maken dat Abach, de krachtpatser van
Nigeria, in Westerse hoofdsteden niet alleen werd beschouwd als
een sta-in-de-weg voor lotsverbetering van het Nigeriaanse volk, maar
evengoed als een bron van
verlegenheid voor henzelf, omdat ze nooit een vuist hebben gemaakt tegen dit
ongewenste sujet.
Afrikaanse
leiders wisten zich beter te beheersen.
De
secretaris-generaal van de Organisatie van
Afrikaanse Eenheid (OAE), Salim Ahmed Salim, zei dat
'generaal Abacha een leegte nalaat' en beklemtoonde dat de 'eenheid en
stabiliteit van Nigeria in het belang
is van heel Afrika'. Van VN-chef Kofi
Annan, een Ghanees, prees 'de bijdrage van Nigeria aan het
herstel van de vrede in Liberia en de
terugkeer naar democratie in Sierra Leone'. De grand
old man van Afrika, Nelson Mandela,
deed er het zwijgen toe en verwees
naar een communiqu� van de
staatshoofden van de OAE-lidstaten die nu vergaderen in het West-Afrikaanse
Burkina Faso. Voor hen was Abacha vooral leider van een lidstaat.
Dat
de Nigeriaanse oppositie in het verscheiden van Abacha vooral een kans ziet op een betere toekomst, is begrijpelijk.
In die kring sprak men zijn naam,
in Afrikaans-Engels, uit als 'A-butcher'
(slager) en de Nigeriaanse schrijver-in-ballingschap Wole Soyinka karakteriseerde het
bewind van de generaal ooit als 'een dictatuur uit het stenen tijdperk',
Abacha regeerde Nigeria, met 104 miljoen mensen het volkrijkste land van Afrika, als een
absoluut monarch en beschouwde
zichzelf als een gezondene Gods, die zijn etnisch en religieus zeer verdeelde
land moest behoeden voor chaos en
desintigratie.
In die missie is hij maar beperkt geslaagd. de federale staat Nigeria is
niet uiteengevallen, maar christenen - na de
moslims de belangrijkste geloofsgemeenschap - en Yoruba uit het
zuidwesten, met de Haussa uit het noorden en de Igbo uit het oosten ��n der grootste etnische groepen uit
Nigeria, werden onder Abacha's
bewind stelselmatig gemarginaliseerd. Van uitbanning van de corruptie, die
Abacha beloofde toen hij de macht overnam van zijn mentor en voorganger,
generaal Babangida, is weinig terechtgekomen. De militaire en zakelijke kliek
rond de generaal heeft zich schromelijk verrijkt met petrodollars.
Nigeria, qua export het op zes na grootste
olieland, kampt met brandstoftekorten en de raffinaderijen van het land liggen
stil als gevolg van onderinvestering, verwaarlozing
en diefstal.
Sani
Abacha was al geruime tijd ziek - naar verluidt leed hij aan een ernstige
leverkwaal als gevolg van uitbundig drankgebruik - en hij stierf gistermorgen
waarschijnlijk aan een hartaanval.
Hij
werd overeenkomstig islamitisch gebruik nog dezelfde dag begraven in zijn
geboortestad Kano, de grote moslimstad van
het noorden, tevens de bakermat en machtsbasis van menig politieke en
militaire potentaat.
Abacha
was de achtste van een reeks generaals die Nigeria sinds zijn
onafhankelijkheid van Groot-Brittanni�, in 1960, met korte
tussenpozen van democratisch verkozen bestuur, hebben geregeerd.
Hij
nam in 1963, dienst in het leger en klom tijdens de burgeroorlog met het
afgescheiden Biafra (1967-1970) op tot bataljonscommandant. Die oorlog, die ruim
een miljoen mensenlevens kostte, heeft hem en zijn generatie officieren
voor het leven getekend.
Nationale
eenheid en stabiliteit werden hun bijna obsessief beleden idealen. Sinds de
militaire machthebber Ibrahim Babangida hem in 1985, na diens staatsgreep, aanstelde tot
chef-staf van de landmacht, was hij de man achter de schermen en in
november 1993 greep hij zelf de macht.
Na
zijn machtsgreep in 1993 hield hij een slechts tien minuren durende, zakelijke
toespraak tot de natie.
ABACHA
in statiegewaad

Hierin ontbond hij alle democratische instituties, maakte een eind
aan het verschijningsverbod van diverse kranten en beloofde hij het
bijeenroepen van een conferentie voor het opstellen van een grondwet en het
formeren van nieuwe politieke
partijen.
Abacha
was even meedogenloos als geheimzinnig.
Hij
leefde de laatste jaren teruggetrokken in zijn presidenti�le viilla Aso Rock, in de nieuwe federale hoofdstad Abuja, en vertrouwde
niemand. Dat kon ook moeilijk, want allen die hem ooit hun trouw hadden betoond,
eindigden in de gevangenis of in de
goot.
En
wie hem durfde trotseren, riskeerde
de galg.
Zijn tegenstanders - en dat zijn er velen- vatten Abacha's verdiensten
samen met de lijst van zijn slachtoffers. Hij was
de man die de in 1993
verkozen president en Yoruba-zakenman Moshood
Abiola (en nog tientallen anderen) gevangen zette, die de schrijver Ken
Saro-Wiwa en zijn Ogoni-vrienden uit de
olierijke Nigerdelta liet ophangen, die zijn rivalen in de legertop op
beschuldeging van coupplannen tot lange gevangenisstraffen of ter dood
veroordeelde. De laatste was de Yoruba-generaal- en tot zijn val in december
vorig jaar tweede man - Oladipo Diya.
Als
Abacha gisteren niet was overleden, had hij ongetwijfeld zichzelf opgevolgd,
maar dan als 'burgerpresident'. Dit ter bekroning van het proces dat hij in
oktober 1995 'overgang naar de democratie' noemde.
Zijn
voorlopige opvolger is, tot ontsteltenis van de oppositie, opnieuw een generaal.