AARSCHOT, (Heren van)
Vlaams adelijk geslacht waarvan reeds in het begin van de 12de eeuw melding wordt gemaakt. Verschillende leden makenten deel uit van de legers van de kruisvaarders.
ARNULF I van Aarschot vergezelde Godfried van Bouillon naar het H.Land
ARNOLD III van Aarschot veroverde Lissabon op de Moren. Het geslacht verloor echter reeds vroeg zijn eigendomsrechten op Aarschot en in de 13de eeuw was de naam geheel verbleekt.
Niettemin kwamen een aantal geslachten uit dit stamhuis voort. Zij voerden met de gebruikelijke brisures hetzelfde wapen: een veld met drie Franse lelies beladen. Als voornaamste van deze geslachten kunnen worden genoemd: de Heren van Schoonhoven, waaruit de latere graven van Arschot-Schoonhoven in België stamden: voorts vermoedelijk ook de geslachten Rotselaer, van Rivieren, van Liere en van Immerzeel. In de 13de eeuw was Godfried van Leuven (gesneuveld in 1302 bij Kortrijk), zoon van Hendrik III van Brabant, heer van Aarschot. Onder zijn bestuur werd Aarschot in 1283 ommuurd. Zijn dochter bracht de heerlijkheid door huwelijk aan het geslacht der heren en latere graven van Harcourt en via dit gesdlacht ging de heerlijkheid op het huis Lotharingen over. Margaretha van Lotharingen bracht als tweede echtgenote van Anton de Grote van Croy (ca. 1385 – 1475) Aarschot aan diens geslacht. Sedeert 1518 burggraafschap en in 1533 ten gunste der Croy’s tot hertogdom verheven, kwam Aarschot ten slotte in 1587 door huwelijk aan het Arensberg Ligne, waarmede het sinds dien verbonden bleef.
Filips van Croy, Hertog van Aarschot: