AARDENNE, (Drs.) Gijs M.V. van
Nederlands politicus
*1930 - † 10-8-1995
Compromiszoeker
Aan het woord is de minister van economische zaken, Van Aardenne. Hij waarschuwt de Tweede Kamer tegen een bepaalde ontwikkeling: “Dan komen wij op een hellend vlak, pardon, een neerwaarts hellend vlak." Het was maar een tussenzinnetje met een aan de stereometrie ontleend beeld, maar toch wellicht typerend voor de betoogtrant van de minister, een afgestudeerd wis- en natuurkundige, die zich ging verdiepen in economische vraagstukken. “Iedereen denkt zo langzamerhand dat ik econoom ben", merkte hij eens op.
Van alle ministers van economische zaken die er zijn geweest heeft, na een ernstige ziekte op 65 jarige leeftijd overleden, Van Aardenne het ministerschap op dit departement het langst vervuld, namelijk bijna acht jaar (van december '77 tot september '81 en van november '82 tot juli '86).
De vele ministeriële dienstjaren van de VVD-r Van Aardenne mogen nog wel eens worden gememoreerd, gezien de grauwsluier die lange tijd over hem heen is blijven hangen na de turbulente discussies van eind '84, begin '85 over zijn positie als minister (toen tevens vice-premier in het eerste kabinet-Lubbers) wegens zijn beleid in het eerste kabinet-Van Agt. In 1983 had de Tweede Kamer besloten dat er een parlementaire enquête zou komen naar de overheidssteun en de verliezen van de scheepswerf Rijn-Schelde-Verolme (RSV) in de jaren '70. De minister zelf was voorstander van zo'n enquête: op die manier zou kunnen worden aangetoond hoeveel problemen er konden ontstaan door overheidsbemoeienis.
Het ruim anderhalf jaar later, gereedgekomen rapport van de enquêtecommissie bevatte onaangename conclusies: de minister zou de Tweede Kamer informatie hebben onthouden over de met de RSV gemaakte afspraken. De verliezen van de verzelfstandigde scheepsbouwpoot zouden boven een bepaalde grens voor rekening van de overheid komen. De commissie concludeerde dat de minister, door de scheepsbouwpoot te verzelfstandigen - overigens in overeenstemming met een Kamermotie - zonder ministerraadsbesluit een blanco cheque had afgegeven, die de staat zo'n 600 miljoen zou kosten.
Ministers mogen het parlement niet,op het verkeerde been zetten". Het is evenwel ook zo, dat ministers geacht worden het ver3rouwen van het parlement te genieten zolang dit niet is opgezegd. Van Aardenne bleef het vertrouwen van de Kamermeerderheid behouden, ondanks de conclusie van de enquêtecommissie dat de in 1980 door hem aan de Kamer over RSV gegeven informatie “ronduit misleidend en daarom onaanvaardbaar was".
De debatten rondom de politieke positie van Van Aardenne in de jaren 1984-'85 in de RSV affaire behoren tot de onverkwikkelijkste uit de parlementaire geschiedenis van de laatste decennia.
Maar ja, de toenmalige coalitiepolitiek, het ver doorgevoerde monisme, problemen binnen de VVD en een overheersend CDA op de achtergrond waren wellicht kenmerkend voor de krampachtige sfeer van die dagen.
De term aangeschoten wild - gevleugelde woorden van de SGP'er Van Rossum - is Van Aardenne lang blijven achtervolgen. Weliswaar zei de minister laconiek: “Ik denk dat aangeschoten wild kan herstellen als de kogel niet dodelijk is", maar de hele affaire moet hem persoonlijk toch wel ernstig hebben geraakt. Wat Van Aardenne in 1980 deed, geschiedde- naar wat zijn politieke strijdmakker en vriend Wiegel gisteravond bij Nova zei - met volledig medeweten van het toenmalige kabinet.
Een charismatische persoonlijkheid is Van Aardenne in de Nederlandse politiek niet geweest. Daarvoor was hij misschien te intelligent, te erudiet en wellicht ook wat te introvert, rustig en zakelijk, wars van populair doenerij. Positieve waardering is hem - afgezien van de deining in 1984-1985 -toch van vele kanten ten deel gevallen; ook leden van de oppositie lieten zich veelal welwillend over hem en zijn capaciteiten uit.
Als minister wikkelde hij vrijwel zonder denkpauzes in hoog tempo alle vragen en onderwerpen in het parlement af. Hoe meer en ingewikkelder de naar voren gebrachte problemen waren, des te liever hij daarop leek in te gaan.
In de VVD steeg zijn ster aanvankelijk niet al te snel. Lange tijd was hij sinds 1971 een tamelijk onbekend Kamerlid - ooit begonnen in de gemeenteraad van Dordrecht - dat eens per jaar (in de tijd van het kabinet-Den Uyl) met een tegen begroting kwam en dan uitspraken deed over bezuinigen en puin ruimen.
In het kabinet-Van Agt/Wiegel ging Van Aardenne als minister (na een wat aarzelend begin) bijzondere kwaliteiten te zien geven. Hij werd een bindende figuur, een verstandige compromiszoeker in een kabinet dat door zogenaamde loyalisten en een actieve CDA-fractieleider (Lubbers) nogal werd dwarsgezeten. Volgens Wiegel gold hij als de sociaaleconomische spil in het kabinet, “een onmisbare figuur" Binnen de VVD leek Van Aardenne bepaald niet tot de vooruitstrevende vleugel te behoren. Zo meende hij nog in 1990 dat de VVD weer “een klassiek rechtse partij" zou moeten worden. Desondanks was hij een jaar geleden, in 1994, als informateur betrokken bij de voorbereiding van wat later het paarse kabinet-Kok zou worden.
Van Aardenne is gestorven als parlementarier, want hij keerde twee maanden terug in het parlement, ditmaal als lid van de Eerste Kamer. Het is tragisch dat hij daarvan slechts zo kort deel heeft mogen uitmaken. Zijn kandidatuur voor de Eerste Kamer was - evenals zijn informateurschap - een erkenning, bevestiging of herbevestiging van zijn bijzondere kwaliteiten. Ook de lange lijst van zijn voorzitterschappen en lidmaatschappen van maatschappelijke organisaties getuigt van de belangrijke plaats die hij in de Nederlandse samenleving heeft ingenomen.