Personal tools
You are here: Home A A-Aasen AARDENNE, (Drs.) Gijs M.V. van
Document Actions

AARDENNE, (Drs.) Gijs M.V. van

by admin last modified 2004-03-22 06:07 PM

Nederlands politicus

*1930 - † 10-8-1995

Compromiszoeker

Aan het woord is de minister van economische zaken, Van Aardenne. Hij waarschuwt de Tweede Kamer tegen een be­paalde ontwikkeling: “Dan komen wij op een hellend vlak, pardon, een neerwaarts hellend vlak." Het was maar een tus­senzinnetje met een aan de ste­reometrie ontleend beeld, maar toch wellicht typerend voor de betoogtrant van de minister, een afgestudeerd wis- en na­tuurkundige, die zich ging ver­diepen in economische vraagstukken. “Iedereen denkt zo langzamerhand dat ik econoom ben", merkte hij eens op.

Van alle ministers van economische zaken die er zijn ge­weest heeft, na een ernsti­ge ziekte op 65 jarige leeftijd overleden, Van Aardenne het ministerschap op dit departe­ment het langst vervuld, name­lijk bijna acht jaar (van decem­ber '77 tot september '81 en van november '82 tot juli '86).

De vele ministeriële dienstja­ren van de VVD-r Van Aar­denne mogen nog wel eens wor­den gememoreerd, gezien de grauwsluier die lange tijd over hem heen is blijven hangen na de turbulente discussies van eind '84, begin '85 over zijn positie als minister (toen tevens vice-premier in het eerste kabi­net-Lubbers) wegens zijn beleid in het eerste kabinet-Van Agt. In 1983 had de Tweede Kamer besloten dat er een parlementai­re enquête zou komen naar de overheidssteun en de verliezen van de scheepswerf Rijn-Schel­de-Verolme (RSV) in de jaren '70. De minister zelf was voor­stander van zo'n enquête: op die manier zou kunnen worden aangetoond hoeveel problemen er konden ontstaan door over­heidsbemoeienis.

Het ruim anderhalf jaar later, gereedgekomen rapport van de enquêtecommissie bevatte on­aangename conclusies: de mi­nister zou de Tweede Kamer informatie hebben onthouden over de met de RSV gemaakte afspraken. De verliezen van de verzelfstandigde scheepsbouwpoot zouden boven een bepaal­de grens voor rekening van de overheid komen. De commissie concludeerde dat de minister, door de scheepsbouwpoot te verzelfstandigen - overigens in overeenstemming met een Kamermotie - zonder minis­terraadsbesluit een blanco cheque had afgegeven, die de staat zo'n 600 miljoen zou kos­ten.

Ministers mogen het parle­ment niet,op het verkeerde been zetten". Het is evenwel ook zo, dat ministers geacht worden het ver3rouwen van het parlement te genieten zolang dit niet is opgezegd. Van Aar­denne bleef het vertrouwen van de Kamermeerderheid behou­den, ondanks de conclusie van de enquêtecommissie dat de in 1980 door hem aan de Kamer over RSV gegeven informatie “ronduit misleidend en daarom onaanvaardbaar was".

De debatten rondom de poli­tieke positie van Van Aardenne in de jaren 1984-'85 in de RSV ­affaire behoren tot de onver­kwikkelijkste uit de parlemen­taire geschiedenis van de laatste decennia.

Maar ja, de toenmali­ge coalitiepolitiek, het ver door­gevoerde monisme, problemen binnen de VVD en een over­heersend CDA op de achtergrond waren wellicht kenmer­kend voor de krampachtige sfeer van die dagen.

De term aangeschoten wild - gevleugelde woorden van de SGP'er Van Rossum - is Van Aardenne lang blijven achter­volgen. Weliswaar zei de minis­ter laconiek: “Ik denk dat aan­geschoten wild kan herstellen als de kogel niet dodelijk is", maar de hele affaire moet hem persoonlijk toch wel ernstig hebben geraakt. Wat Van Aar­denne in 1980 deed, geschiedde- naar wat zijn politieke strijd­makker en vriend Wiegel gis­teravond bij Nova zei - met volledig medeweten van het toenmalige kabinet.

Een charismatische persoon­lijkheid is Van Aardenne in de Nederlandse politiek niet ge­weest. Daarvoor was hij mis­schien te intelligent, te erudiet en wellicht ook wat te introvert, rustig en zakelijk, wars van po­pulair doenerij. Positieve waar­dering is hem - afgezien van de deining in 1984-1985 -toch van vele kanten ten deel gevallen; ook leden van de oppositie lieten zich veelal welwil­lend over hem en zijn capacitei­ten uit.

Als minister wikkelde hij vrijwel zonder denkpauzes in hoog tempo alle vragen en on­derwerpen in het parlement af. Hoe meer en ingewikkelder de naar voren gebrachte proble­men waren, des te liever hij daarop leek in te gaan.

In de VVD steeg zijn ster aanvankelijk niet al te snel. Lange tijd was hij sinds 1971 een tamelijk onbekend Kamer­lid - ooit begonnen in de ge­meenteraad van Dordrecht - dat eens per jaar (in de tijd van het kabinet-Den Uyl) met een tegen begroting kwam en dan uitspraken deed over bezuini­gen en puin ruimen.

In het kabinet-Van Agt/Wiegel ging Van Aarden­ne als minister (na een wat aar­zelend begin) bijzondere kwali­teiten te zien geven. Hij werd een bindende figuur, een ver­standige compromiszoeker in een kabinet dat door zogenaam­de loyalisten en een actieve CDA-fractieleider (Lubbers) nogal werd dwarsgezeten. Vol­gens Wiegel gold hij als de so­ciaaleconomische spil in het kabinet, “een onmisbare fi­guur" Binnen de VVD leek Van Aardenne bepaald niet tot de vooruitstrevende vleugel te behoren. Zo meende hij nog in 1990 dat de VVD weer “een klassiek rechtse partij" zou moeten worden. Desondanks was hij een jaar geleden, in 1994, als informateur betrok­ken bij de voorbereiding van wat later het paarse kabinet-Kok zou worden.

Van Aardenne is gestorven als parlementarier, want hij keerde twee maanden terug in het parlement, ditmaal als lid van de Eerste Kamer. Het is tragisch dat hij daarvan slechts zo kort deel heeft mogen uit­maken. Zijn kandidatuur voor de Eerste Kamer was - even­als zijn informateurschap - een erkenning, bevestiging of herbevestiging van zijn bijzon­dere kwaliteiten. Ook de lange lijst van zijn voorzitterschappen en lidmaatschappen van maat­schappelijke organisaties ge­tuigt van de belangrijke plaats die hij in de Nederlandse sa­menleving heeft ingenomen.


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004