Personal tools
You are here: Home A A-Aasen AAFJES, Lambertus Jacobus Johannes (Bertus)
Document Actions

AAFJES, Lambertus Jacobus Johannes (Bertus)

by admin last modified 2004-03-11 09:30 PM

Nederlands letterkundige

*12-05-1914 te Amsterdam - † 1992 te Swolgen, Limburg

Aafjes ontving aanvankelijk een priesteropleiding, stu­deerde daarna enige tijd archeologie in Rome en wijdt zich nu op Kasteel Hoensbroek, Limburg geheel aan let­terkundig en journalistiek werk. Aafjes debuteerde als dichter in 1940 met Het gevecht met de rnuze (in 1965 onder de­zelfde titel tezamen met Het zanduur van den dood, 1941, herdrukt) en ver­wierf in 1946 nationale bekendheid met zijn grote gedicht Een voetreis naar Rome, een romantisch poëtisch reisverslag dat vele herdrukken beleefde. In 1953 verscheen zijn dichtbundel De karavaan, en daarna heeft Aafjes vrij­wel uitsluitend nog reisbeschrijvingen, vnl. van het Middellandse-Zeegebied (in 1963 in Omnnibus verzameld),

LITT.: W.Diemer, Bronnenboekje (1959); Ed. Hoornik, Over en weer (1962); J. de Ceular. Te gast bij Ned. auteurs (1966)

Onder: handschrift

Een krantenbericht bij zijn overlijden:

SCHRIJVER BERTUS AAFJES OVERLEDEN

De dichter en prozaschrijver Bertus Aaf­jes is op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats Swolgen in Limburg overleden. Hij was al geruime tijd ziek. Aafjes verwierf in 1946 nationale bekendheid met zijn lange gedicht Voetreis naar Rome. Dit reisverslag had als zoveel van zijn werk een lyrische en romantische toon, waardoor hij later in kringen van moderne (expe­rimentele) dichters overla­den zou worden met spot en kritiek. Op zijn beurt spaarde Aafjes de nieuwe dich­tersgeneratie niet. Hij studeerde ar­cheologie in Leuven en Ro­me, en werkte lange tijd als journalist Het thema dat telkens terugkeerde in zijn gedichten was de strijd tus­sen de liefde voor het (aardse) leven en het christelijk besef van schuld en dood.

Nationale roem

Aafjes: de troetelpoëet van de doorzonwoning. Die vernietiegende woorden schreef columnist en dichter Gerrit Komrij naar aanleiding van het verschijnen van Aafjes’ dichtbundel Deus Sive natura in 1980

De Poëzie van Bertus Aafjes heeft vanaf het prille zeer tegenstrijdige reacties opgeroepen. Vestdijk en Nijhoff waren lovend, Ed Hoornik noemde hem ‘de heraut van het schone’. Een groot publiek smulde van zijn gedichten, waarmee hij ‘de mensen ’t paradijs wilde laten zien’, en van zijn reisverhalen. Op vele scholen stond zijn werk op de boekenlijst.

Aafjes debuteerde in 1940 met Het gevecht met de muze.Met zijn autobiografische verslag Voetreis naar Rome (volgens hemzelf “het begin van de seksuele revolutie”), verwierf hij nationale roem. Maar ondertussen spaarde de kritiek Bertus Aafjes niet. Min of meer spreekwoordelijk werden de volgende twee spottende zinnen:

Kinderen, bidt ook eens braafjes Voor de dichter Bertus Aafjes

De schrijver en criticus Jan Greshoff verweet de rooms katholieke, voortdurend met zijn geloof worstelende dichter gemakzucht en noemde hem een luiie goochelaar. “Hij mist de vormkracht, die van dichterlijkheid een gedicht maakt.”

Berucht werd Bertus Aafjes om zijn aanval op de Vijftigers: Gerrit Kouwenaar, Remco Campert, Lucebert, Jan Elburg, Jan Hanlo. Deze jonge experimentelen, die wars waren van ‘rijmelarij’, kregen van hem het verwijt dat zij nihilistisch waren, experimenteerden om het experiment, en alle streven naar schoonheid overboord hadden gezet.

Hij schreef verhaln en kinderboeken, vertaalde Homerus’ Odyssee en oude Egyptische poëzie. Reizen naar Japan resulteerden in verhalen bundels over de Japanse rechter Ooka. Het Boekenweekgeschenk dat hij in 1973 publiceerde, heette ‘Een lampion voor een blinde’

Werken: Poëzie: Het gevecht met de muze (1940);

Het Zanduur Van de dood (1941);

Elf sonnetteen op Friesland (1944)

Omne Animal (1944);

Per slot van rekening (1944);

Verzen en vrouwen (1944);

In het atrium der Vestalinnen (1945

later opgenomen in Een voetreis naar Rome)

Maria Sibylla MeriaN (1946);

In den beginne (1949);

De lyrische schoolmeester (1949);

De Karavaan (1953)

Verzamelbundels: Gedichten (1947)

Het gevescht met de muze 1974)

Herdichtingen: De tooverfluit (1944

naar das Knaben Wunderhorn);

De reis van Sinte Brandaan (1949; met M. Draak);

De blinde harpenaar (1955)

Homeros’ Odysse (1965)

Proza:Een laars vol rozen (1942)

Gerrit Achterberg, de dichter van de sacrophaag (1943)

Kleine Katechismus der Poëzie (1944 essay);

De zeemeerminnen (1946)

Circus (1948);

Egyptische brieven (1949);

Arenlezen achter de maaiers (1950);

Vorstin onder de landschappenh (1952)

Drie essays over de experimentele poëzie (1953)

Morgen bloeien de abrikozen (1954);

Logboek voor ‘Dolle Dinsdag’ (1956)

In 1962 o.d.t. Ik ga naar Amerika)

Capricio Italiano (1957)

Goden en eilanden (1959);

In de Schone Helena (1960);

De Italiaanse postkoets (1962);

Odysseus in Italië (1962);

Dooltocht van een Griekse held (1965);

Die te Amsterdam vaak zei: Jeruzalem (1968);

De koelte van een pauweveer

De denker in het Riet (1968);

Mijn ogen staan scheef (1971);

Zweftichten door het land van de mikado (1971)

De vertrapte pioenroos (1973);

Een lampion voor een blinde en andere verhalen (1974)

De laatste faun (1974);

Limburg, dierbaar oord (1974);

In de Nederlanden zingt de tijd (1976)


Powered by Plone Powered by Linux Get Firefox

Online sinds 4-3-2004